De Madonna

Het beeld van Maria van Sevenwouden moet omstreeks 1280 in het Noordwest-Duitse gebied uit eikenhout gesneden zijn. Het oerbeeld waarop de beeltenis teruggaat is de Byzantijnse Hodegetria-icoon: “Zij die de Weg wijst”.

Het zware eikenhouten beeld rust op een zilveren troon, die weer op een zilveren voetstuk staat, met een Maria-monogram. Een zilveren kroon voor moeder en Kind en een zilveren scepter completeren het geheel.

Op de schrijn van Karel de Grote in Aken is deze beeltenis rond 1100 aangebracht en van daar over de Duitse landen, waartoe in die tijd ook Friesland behoorde, verbreid. In het westen wordt dit Madonna  type “Sedes Sapientiae”, de zetel der Wijsheid, genoemd. Het beeld toont ons de Moeder met het kind zoals zij zich ter aanbidding toonden aan de drie wijze Koningen uit het Oosten.

Zij gingen het huis binnen

zagen er het Kind met zijn Moeder Maria

en op hun knieën neervallend

betuigden zij het hun hulde.

(Matt. 2, 11 a.)

De naast verwante Madonna's zijn in Westfalen bewaard gebleven en zijn te zien in het Westfalisches Landesmuseum in Munster. In Nederland zijn slechts in Zuid- Limburg Madonna's uit deze vroege periode bewaard.

De gewone zilveren versierselen stammen uit de negentiende eeuw. In de linkerhand draagt Maria een scepter met de zespuntige leidster. Zij wordt zo geduid als Sterre der Zee. Haar kroon heeft zeven bomen als fleurons verwijzend naar de "Zevenwouden", waaruit het beeld volgens de overlevering stamt. Op feestdagen zijn de versierselen van goud.

De houten voet waarop het beeld is geplaatst is bedekt met zilveren platen. Middenvoor getooid met het Mariamonogram. Aan de rechterzijde de redding van een schip in nood - één van de wonderen uit het mirakelboek- aan de linkerzijde een stomende fontein: Maria "Levengevende Bron".