Troosten, hoe doe je dat?
woensdag, 30 maart 2016 00:00

Gezamenlijke avond KVG/KPO op 15 maart 2016

Na een welkomstwoord en een gedicht over menselijke warmte geeft vice-voorzitter Marian Schram het woord aan de heer Aart Veldhuizen, geestelijk verzorger bij Patyna, predikant bij de Protestantse Gemeente in Langweer en supervisor/coach.

Het onderwerp van deze avond is: troosten, hoe doe je dat ? Eerst mag iedereen op 2 briefjes schrijven wat wel geholpen heeft bij verdriet en wat niet. Aan de hand van de teksten op deze briefjes, die heel vaak tot dezelfde conclusies leiden en via een powerpoint-presentatie leren we meer over troosten.

 

Het uitgangspunt is altijd je eigen deskundigheid. Iedereen heeft zijn eigen strategie aan de hand van wat je geleerd en ondervonden hebt, de coping strategie. Ziekte is een beperking, waar je vaak niet verder mee kan. De bedoeling van troosten is dat men wel weer verder kan. Wat niet helpt bij verdriet zijn de ongevraagde adviezen, de desastreuze adviezen, zoals Aart Veldhuizen die noemde. Je kunt niet begrijpen wat de ander doormaakt en wat er allemaal bij de ander speelt. Je kunt je daar hoogstens een idee over vormen, de ander is de deskundige.

 

 

Bij een verlieservaring staat alles op zijn kop. Je bent je plannen kwijt, hebt geen greep meer op het leven, je eigen waarde wordt aangetast, je worstelt met rechtvaardigheidsvragen, er is wanhoop en geen toekomst meer. De Zwitserse psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft een vijf fasen-model gemaakt van rouw. De vijf fasen zijn: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding. Tegenwoordig werkt men meer met het doolhof-model: rouwen gaat in stukjes en beetjes, je komt in een doolhof waar je de weg niet weet en het niet tot je doordringt wat er nu eigenlijk is gebeurd. Rouwen is rauw, een proces van aanpassing aan het verlies. Er kunnen zowel lichamelijk als geestelijk heel veel reacties optreden bij een verlieservaring.

Wat wel helpt bij verdriet zijn oprechte aandacht, steun, geduld en trouw. Uit onderzoek blijkt dat iemand, die weinig steun krijgt daar zelf ziek van kan worden. Bij een gesprek helpt het om de ander te laten vertellen en om samen stil te zijn. Kom niet meteen met troostwoorden, maar zeg wat je waarneemt bij de ander en wat dat met jou doet. Probeer ordening aan te brengen, doe alles met humor en bied af en toe een “gevechtspauze” aan, die geen vlucht mag zijn.

Tot slot 2 definities van troosten: troosten is actief aanwezig zijn, meer niet en troosten is actief wachten tot de ander zelf met woorden van troost komt.

Na de pauze spelen we het bijbelverhaal van Job, een rijke boer uit het land Oez en zijn vrouw Judith, die in korte tijd zowel hun bedrijf als hun zeven zonen en drie dochters verliezen. Het verhaal in de vorm van een interview laat de worsteling zien van Job met God en hoe Judith en hij na lange tijd toch weer kunnen genieten van het leven.

Marian Schram bedankte de heer Veldhuizen met een presentje voor zijn boeiende verhaal, waar we zeker wat van geleerd hebben en wenste iedereen wel thuis.