Het kerkgebouw

Het Kerkgebouw


DE SINT FRANCISCUSKERK AAN DE DIJLAKKER IN BOLSWARD
INHOUD

Hoofdstuk 1
De geschiedenis van de parochie


Hoofdstuk 2
De Sint Franciscuskerk

Hoofdstuk 3
Het Kerkplein

Hoofdstuk 4
Het Portaalgedeelte

Hoofdstuk 5
De Voorkerk en het schip

I. De Voorkerk
II. Het Schip

Hoofdstuk 6
De Kruisbeuk

I. Het Zuiderkruis
II. Het Noorderkruis

Hoofdstuk 7
Het Liturgisch Centrum

Hoofdstuk 8
De Absis


HOOFDSTUK 1
DE GESCHIEDENIS VAN DE PAROCHIE

1. De Moederkerk van Westergo

In de legendarische Friese kronieken staat dat in het jaartal 710 Bodula of Bolswina, een dochter van koning Redbad, op een terp in Westergo ging wonen. Volgens hedendaagse historici is Bolsward inderdaad in het begin van de achtste eeuw gesticht en schuilt in de naam van de stad een vrouwennaam. - Dat een plaats een vrouwennaam zou dragen is vrij uitzonderlijk -. De naam wordt echter ook verklaard als: Wierde van Bodo of Boate Omstreeks 734 kwamen leerlingen van Willibrord naar Westergo om de Christelijke kerk op te bouwen. Volgens dezelfde kronieken was Bolsward in die tijd hoofdstad van Westergo geworden. -Niet toevallig strijden de voetballers van RES in Blauw - Wit: de kleuren van Westergo. Zeker is dat de Sint Maartenskerk van Bolsward later de titel "Ecclesia Mater" droeg: de Moederkerk.van Westergo. Bolsward was de geestelijke hoofdstad van Westergo, Franeker de juridische. Beide steden hebben Sint Martinus als stadspatroon.
De Kerk van Bolsward, bediend door Wereldheren, ging in 1580 over in protestantse handen. De latere Martinusparochie achtte zich de rechtmatige erfgename van haar grote historie. Na de reformatie werd de parochie in de tijd van de vervolging bediend door de paters Jezus eten. Later namen de Wereldheren (priesters van de bisschop en geen monniken) de kerk weer over. Vandaar de naam "Mijnherenkerk". In 1876 kreeg ook de Sint Martinus een Franciscaan als Pastoor.

2. De Minderbroeders

Zoals een middeleeuws stadje betaamt had Bolsward naast haar Grote Kerk, ook haar Klooster. Meer dan zeven eeuwen deelden de broeders van Sint Franciscus lief en leed met de inwoners van onze stad. Omstreeks 1260 waren de eerste volgelingen van Sint Franciscus, die in 1226 was gestorven, in Bolsward gekomen. In het jaar 1281 warden de kerk en het klooster aan het tegenwoordige Broereplein gereed. (Opvallend is dat het beeldje van "Ons Lieffrou" uit dezelfde tijd dateert). De Minderbroeders hebben er bijna drie eeuwen gewoond en van daaruit hun invloed gehad op het kerkelijk en het maatschappelijk leven van de stad. De welbekende Pater Jan Brugman leverde een bijdrage aan de opstelling van de Bolswarder stadsrechten in 1455.



De reformatie maakte een einde aan het kloosterleven en in 1570 werden de kloostergebouwen verwoest. In de persoon van Pater George Couwenberg kwamen in 1624 de Minderbroeders in Bolsward terug. Hij vestigde zich op 31 augustus 1624 in de stad, het is de stichtingsdatum van onze Franciscusparochie. De aan hem geschonken kelk wordt nog steeds in de hoogmissen gebruikt.

3. Van Twee naar Een

Zo had Bolsward enkele eeuwen lang twee parochies, elk met eigen stijl en tradities. Deze tweedeling werd als een belasting ervaren. Toch heeft het proces van samenvoeging een halve eeuw geduurd.
In 1932 was het zover: op 29 maart werd, mede onder druk van Rome, de aloude Martinusparochie opgeheven en dat terwijl ze in 1931 oog een groot nieuw orgel hadden aangeschaft! In de namen van onze school en van het collectantencollege bleef de stadspatroon bewaard. De oude Martinuskerk is als "gebouw Oranje" bewaard gebleven en staat noordelijk van de Franciscus aan de Dijlakker.

In 1933 begon, onder leiding van pastoor L. Ellerbeck de bouw van de gezamenlijke grote nieuwe kerk. In mei 1934 was het gebouw gereed. De Bolswarders hadden samen een nieuwe kerk gebouwd, volgens een herdenkingsboekje: "een kathedraal, God en henzelf waardig". De parochie maakte van 1930 tot 1980 een periode van zeer grote bloei door. Bisschoppen, priesters, vrouwelijke en mannelijke religieuzen van verschillende orden, waren overal in de wereld werkzaam. Een van hen, Pater Titus Brandsma, vond op 26 juli 1942 in Dachau de marteldood. In 1985 werd hij door Paus Johannes Paulus II zalig verklaard.

4. Afscheid en nieuw Begin

Bolsward heeft in verhouding tot de rest van Friesland een vrij grote Rooms Katholieke gemeenschap. Onze stad heeft onder de Friezen dan ook de bijnaam "It Fryske Rome". Achter deze benaming staat een lange rij van minderbroeders, die eeuwen door de zielzorg droeg en het eigen karakter van onze parochie heeft bepaald.
In de tijd na Vaticanum II zijn de Franciscanen zich gaan bezinnen op hun taak. Omdat deze oorspronkelijk meer het profetisch- kritisch in de maatschappij staan betreft, en niet op het leidinggeven aan parochies, hebben zij zich uit de directe pastoraal teruggetrokken. Sedert 1996 is de leiding van de parochie overgenomen door pastores van het bisdom Groningen. Zijj worden bijgestaan door vele vrijwilligers.

PLATTEGROND VAN DE KERK

HOOFDSTUK 2
DE SINT FRANCISCUSKERK

1. Bouwheren en Bouwers

In 1907 werden in Frankrijk de beschouwende kloosterorden door de antiklerikale regering opgeheven. Een aantal monniken week uit naar Nederland en vestigde zich in Oosterhout waar ze het Sint Paulusklooster stichtten. Een van de monniken was de architect Dom Paul Bellot. Dom Bellot ontwikkelde in de lijn van de Franse art deco een karakteristieke bouwstijl. De jonge Nijmeegse architect H.C. van de Leur werd door hem geinspireerd. Hij maakte in samenwerking met Dom Bellot de tekeningen van de kerk en de pastorie, die op 13 april 1932 gereed zijn.
De firma H. van Heeswijk uit Best werd het werk gegund. De eerste steenlegging vond plaats op 21 april 1933. Op dinsdag 8 mei werd de kerk geconsacreerd door mgr. Gorgonius Brandsma. destijds Apostolisch vicaris van Kisumu in Midden-Afrika. De eerste Friese Bisschop na de reformatie.

Inwijding van de kerk op 8 mei 1934 door Mgr. Brandsma. Links achteraan staat Pater Titus.

Zeer veel handen zijn bezig geweest met de bouw van het grote kerkgebouw. De handwerkers werden met zorg gekozen en kwamen uit Bolsward en omgeving. Vooral van de metselaars werd grote nauwgezetheid gevraagd. Voor de kerk waren meer dan anderhalf miljoen bakstenen nodig. De bouw van de kerk kostte f.142.500, - het totale bedrag van bouw en inrichting was bijna twee ton.
Op 8 maart 1999 zijn de kerk en pastorie op de lijst van beschermende monumenten in Nederland geplaatst; als goed voorbeeld van een kerk in de expressionistische Art-deco stijl, die stijlzuiver is en vrijwel ongeschonden bewaard gebleven is.

Zon in de kerk op 4 oktober. "Zonnelied"

2. Beton en Baksteen

De Bolswarder kerk is gebouwd op een hechte betonnen bouwconstructie "als de kiel van een schip". Het gebruik van gewapend beton maakte de 22 meter brede kruisspanningen mogelijk. Ook kon de kerk zo zonder moeite over "het haventje", een kleine gracht, gebouwd worden.
Het gewapend beton maakte bouwvormen in steen mogelijk die daarvoor slechts in metaal gerealiseerd konden worden. De Eiffeltoren in Parijs, het Christal Palace in Londen en de Spoorstations waren de voorvormen van de eerste grote gebouwen in gewapend beton. De grote paraboolvormige "gehangen" bogen vinden we het eerst in beton in de hangars van de zeppelins van vliegveld d' Orly bij Parijs. In de architectuur van Dom Paul Bellot zijn de moderne bouwvormen van de eerste helft van deze eeuw terugvertaald naar een kerkgebouw van gewapend beton en baksteen. Omdat nog uitgegaan is van de klassieke grondvorm van de "kathedraal" heeft de kerk een unieke vorm gekregen.

3. Het Expressionisme

Daarnaast is ook de invloed herkenbaar van de Duitse expressionistische architectuur. Duitse expressionisten zoals Peter Behrens werkten met gekleurde baksteen en glas in kristalvormen. Abstracte, primaire vormen, ontleend aan de natuur: het vierkant, de ruit, de parabool zijn het uitgangspunt. Lichteffecten zijn heel belangrijk. Vorm, licht, kleur en ruimte scheppen een "Gesamtkunstwerk". In deze kunst speelt ook de Noordduitse baksteengotiek een rol. Zo was voor de Nederlander Berlage de refter van de abdij van Aduard een ontdekking. Voor de bouw van de Franciscuskerk werd dan ook bewust voor baksteen gekozen. Het gotieke lichtspel werd naar moderne vormen vertaald. In de vensters is de invloed van schilders als P. Mondriaan en Th. van Doesburg zichtbaar. Er is één groot verschil met de gotiek:

De gotische kathedraal daalt neer uit de hemel
De expressionistische  'kathedraal' komt op uit de aarde.

De meest bekende gebouwen in de art-déco stijl in Nederland zijn de beurs van Berlage in Amsterdamen het Postkantoor in Utrecht. In ons land spreken we bij deze bouwwerken van "de Amsterdamse stijl".
Kerken die door H. C. van der Leur in dezelfde stijl als de Sint Franciscus zijn gebouwd, zijn de Sint Gerardus Majellakerk in Utrecht, de Sint Franciscuskerk in Groningen en een deel van de gebouwen van de abdij van Oosterhout.

4. De Plattegrond

De bouwheren kozen bij de bouw van de Bolswarder kerk voor het grondplan van de kruisvormige basiliek. De portaalpartij is geleed in twee torenportalen, een doopkapel of baptisterium, twee kapellen en een dubbelportaal in het midden. Het gebruik van gewapend beton maakte in het schip de grote overspanningen mogelijk. De zijbeuken konden gereduceerd worden tot processiegangen.
De kruistravee, boven het celebratiealtaar, kon door de moderne bouwmethoden zeer ruim worden opgezet. Het bankenplan werd rond 1970 in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie veranderd. De banken staan gecentreerd op het nieuwe, verhoogde, priesterkoor, dat zeer goed harmonieert met de oorspronkelijke bouw. Nadeel is dat de doorgaande lijnen van de processiegangen naar de sacristieën verbroken zijn.

5. De Dienstruimten

Rond de absis met het hoofdaltaar zijn de dienstruimten geordend. Deze worden van buiten geaccentueerd door torenachtige puntdaken. Boven op de absis een Keltisch lichtkruis, beeld van Christus als het 'Licht der Wereld' en de vernieuwing van de Kosmos. In 1993 werd de parochiezaal bijgebouwd. De enige schending van de oorspronkelijke bouw was de afbraak van de zuidelijke biechtstoelen.

6. De Parkkerken
Kerken van dit type worden ook "parkkerken" genoemd; hun rijke geleding komt het best tot hunrecht in een open parklandschap. Via het Martinushof aan de Marktstraat en het Mariahof over "het haventje" kan men de verschillende bouwlichamen bewonderen.



HOOFDSTUK 3
INTERIEUR VAN DE KERK

Het Kerkplein

1. Het Atrium

De kerk werd, als herinnering aan de oude schuilkerksituatie, op ruime afstand van de straat gebouwd. Hierdoor ontstond een prachtige voorhof of atrium. Het atrium is aan de straatkant afgesloten met een bakstenen muur in stijl. Helaas zijn de bijpassende toegangshekken verdwenen. De steeg rechts van de kerk wordt, bij de straat, door een oorspronkelijk hek afgesloten. Op het plein een prachtige verzameling heesters en kleine bomen. Het plan is aangelegd door de tuinarchitecte Aggie van der Meer -van der Klei in 1974. Links en rechts van de dubbele poort een taxusboom, symbool van het eeuwig leven. De pastorietuin wordt beheerst door een grote rode beuk met sedert enkele jaren een groene toef. De beuk behoort tot de monumentale bomen van Bolsward en is waarschijnlijk geplant bij de bouw van de vorige Franciscuskerk in 1846.

2. De Pastorie en de Parochiezaal

De pastorie aan de zuidzijde van het atrium is gebouwd in dezelfde sobere expressionistische stijl als de kerk. De pastorie heeft een L-vormige plattegrond. De detaillering is verwant aan die van de kerk. De pastorie heeft cassetteplafonds die door verlaagde moderne plafonds aan het oog onttrokken zijn. De hoofdingang heeft boven- en zijlichten met glas in lood ook verder is in de pastorie een gedeelte van het oude glas in lood bewaard. In de pastorie een fraaie granieten trap met de originele stalen balustrade. Achter de pastorie is in 1993 een parochiezaal gebouwd, die in stijl en vormgeving goed aansluit bij het kerkgebouw en de pastorie.

3. De Faade

De voorgevel van de Franciscuskerk is sober en verraadt niet de ruimte en de kleurigheid van het interieur. "De schoonheid van de bruid is binnen". De faade herinnert aan een Italiaanse kerkgevel in de vormen van de Amsterdamse school. Boven de dubbele toegangspoort werd in de late veertiger jaren een beeld van Franciscus, vervaardigd door de Friese kunstenaar G. J. Adema, geplaatst. De patroon van de kerk is afgebeeld als de vriend van de dieren met een duif en twee vissen. Boven Franciscus een keperfries met zeven bogen. Ook de acht grote vensters boven zijn kepervormig gesloten. De acht kleine beneden hebben spitsbogen.
De gevel wordt bekroond door een breedarmig "kristalvormig" kruis van beton.

Kerk aan de Dijlakker

4. De Torens

De Sint Franciscuskerk heeft twee torens. De noordelijke toren is hoog en rank uitgebouwd. Herinnerend aan een Italiaanse campanile, maar uiteraard in art-déco vormen.

Symbolisch is de noordtoren te zien als de "Ivoren Toren" en de stoere zuidtoren als de "Toren van David" uit de litanie van Loreto.

Het lichaam van de toren wordt gevormd door zes achthoekige "etages"; de zevende etage is de kruisvormige klokkenkamer. In de torenkamer bevinden zich de drie luidklokken, die elektronisch worden bediend. De klokkenkamer heeft naar de vier windstreken drie galmgaten en is daarmee een beeld van het Nieuw Jerusalem met open poorten naar alle zijden. Volgen de Barbaralegende verwijzen de drie vensters ook naar de Heilige Drievuldigheid. Erg mooi is de gelijkvloerse ruimte onder de toren met het achthoekig 'paraplu' gewelf.

De zuidelijke toren is lager en eenvoudiger, bekroond met een tentdak. Destijds maakten de vrouwen gebruik van het zuidelijk portaal en de mannen van het noordelijke.

HOOFDSTUK 4
Het Portaalgedeelte  Interieur naar het oosten

1. Het Huis van de Wijsheid

Het poortgebouw of het portaalgedeelte van de kerk, tussen de beide torens, is naar buiten geopend met twee poorten maar naar binnen geopend met zes grote, parabolisch gesloten bogen. Deze bevinden zich tussen zeven pijlers. Deze zeven pijlers verwijzen naar de tempel van de wijsheid met haar zeven
pilaren uit het boek Spreuken.

De wijsheid heeft zich een huis gebouwd.
zeven zuilen heeft zij zich uitgekapt;
zij heeft haar slachtvee geslacht, haar wijn gemengd
en ook haar tafel al gedekt.
zij heeft haar dienaressen uitgestuurd en zij roept
op de allerhoogste plaatsen van de stad:

'Wie onervaren is moet hierheen komen'
en tot wie zonder verstand is zeg ik:
'Komt ,eet mijn brood
en drinkt de wijn die ik gemengd heb
laat uw onverstand varen en Gij zult leven
en betreedt de weg van het inzicht.
Spreuken 9, 1 - 6

Bij de verschillende uitgangen blauwgroene wijwaterbekkens van ceramiek in de voor de kerk kenmerkende kristalvormen. Met de poorten accentueren ze de grens tussen het profane en sacrale gedeelte van de kerk.

"Het grote beeldt zich in het kleine af.
Het kleine bereidt het grote voor."

2. Het Portaal

Het middengedeelte van het Poortgebouw wordt gevormd door het dubbelportaal. Dit portaal opent naar buiten en naar binnen met grote houten, nog originele, dubbel openslaande, deuren. Ook het organisch vormgegeven ijzerwerk is origineel. Het portaal is overkoepeld met twee vierkante kruisgewelven van neoromaanse vorm. en ontvangt het daglicht slechts door twee donker beglaasde oculi. Zoals in vergelijkbare expressionistische gebouwen bereidt de vrij lage, donkere en sobere ruimte voor op de verrassende intrede in de hoge uitbundige lichtruimte. De muren van het portaal hebben banden met okergeel geglazuurde stenen. De kleur symboliseert de aarde.

a. De Icoon van het Cenakel.

Op de dam tussen de beide poorten naar de kerk de reproductie van een Pinkstericoon volgens de Grieks katholieke traditie. Maria en de apostelen zijn gezeten in een paraboolvormige ruimte. Tussen de apostelen in een donkere poort 'de Koning van de Wereld' gereed om van de apostelen het Evangelie te ontvangen. Maria als Orante symboliseert de biddende kerk.

De icoon verbeeld het centrale mysterie van het iconografische programma van de kerk uit: De Bovenzaal 'het Cenakel' in Jerusalem waarin Jezus als de Goddelijke Wijsheid zijn mystieke maaltijd met zijn leerlingen viert en de zaal waarin Maria 'de Zetel der Wijsheid' met de leerlingen bidt om de neerdaling van de Heilige Geest om het Evangelie te gaan verkondigen tot aan de uiteinden der aarde.

3. Het Baptisterium

Door de lage deur links in het portaal komt de bezoeker in het Baptisterium of de doopkapel. De eerste ruimte is de kapel van de voorbereiding op het mysterie van de doop. Dit voorbereidingsceremonieel behelst de afzwering van de boze machten ofwel 'de exorcismen'. De dopeling verkeert nog in de duisternis van de onwetendheid. De geglazuurde stenen in dit gedeelte van de doopkerk zijn donkerbruin. Drie oorspronkelijk open poorten verbinden de voorbereidingsruimte met de eigenlijke doopkapel.
De geglazuurde stenen van deze kapel zijn blauwgroen, de kleur van het levenschenkende water, en wit, de kleur van het licht. Door het doopsel in het water wordt de dopeling ingewijd in het mysterie van Christus, gesymboliseerd in de witte kruisjes. Hij ontvangt het licht van het geloof.

a. Het Doopvont
De doopvont is achthoekig en uit zwarte Ardenner kalksteen gehouwen. Het zwart symboliseert de dood die overwonnen is. De zware steen de rots van het geloof. De ' doopsteen' is achthoekig omdat Christus op de achtste dag verrezen is. De achtste dag de zondag- is de dag van de Heer en van zijn, deze wereld overstijgend, Rijk. De voet van het doopvont is van vooral wit geglazuurde, in kruisvorm gemetselde stenen. Het kegelvormige koperen deksel van het doopvont wordt bekroond door een Keltisch zonnekruis. In de zuidelijke muur een paraboolvormig gemetselde nis en houten kastje voor de doopbenodigdheden. Voor het doopvont staat de smeedijzeren vuurbak die gebruikt wordt voor het paasvuur

b. Het Wijwatervat
Op de vloer naast het doopvont staat een modern wijwatervat. Op het zwarte aardewerken van is een kruis afgebeeld, geflankeerd door twee vissen, beeld van de gelovigen die door de Verlosser uit de wateren van de dood verlost zijn. Waterwijdingen zij in onze kerk op het feest van de Doop van de Heer, in de Paasnacht, rond Sint Jan en met Sint Michael.

c. Sint Rochus
In de nis van de doopkapel is in 1998 een begin twintigste-eeuws beeld van Sint Rochus geplaatst. Dit beeld herinnert aan de grote verering voor de pestheilige in Bolsward. In de achttiende werd de stad met een pest  epidemie bedreigd. De katholieken deden een gelofte wekelijks Rochus hulde te brengen als God de stad zou sparen.De epidemie ging Bolsward voorbij en tot in de twintiger jaren werd de volgende hymne ter ere van de Heilige tijdens het lof gezongen.

Hymne ter Ere van Sint Rochus.

Ave Roche sanctissime,
Nobili natus sanguine,
Crucis signatus schemate
Sinistro tuo latere.

Roche, peregre profectus,
Pestiferae mortis ictus
Curavisti mirifice,
Tangendo salutifere.

Vale, Roche angelice,
Vocis citatus flamine,
Obtinuisti deifice
A cunctis pestem pellere.

In Bolsward destijds in het dinsdagavondlof gezongen
als voldoening aan de gelofte die de voorouders deden aan de Heilige
toen de stad door de Pest werd bedreigd
Plaatje van Sint Rochus met de hond.

Us groetenis,
allerhillichste Rochus,
Berne t eal skaai,
Tekene troch it teken fan it Krs
Oan jo lofterside.

Rochus, fol fan langst fan hs gien,
De slaggen fan e dea troch besmetting (pest)
Ha jo wonderlik genezen
Troch se heilsum oan te reitsjen.

Heil jo, ingel fan in Rochus,
Roppen troch de kraft fan in Stim
Ha jo fan God krige
De smet (pest) fan allegear te ferdriuwen.
Oers. H. Oldenhof

Het Leven van Sint Rochus

De Heilige Rochus behoort tot de Franciscaanse familie omdat hij lid was van de Derde Orde van Sint Franciscus. Dat wil zeggen dat hij als leek in de wereld de idealen van de minderbroeders wilde beleven. Rochus werd geboren in Montpellier in het jaar 1295 als enig kind van een rijke echtpaar Johannes en Liberia koopman. Bij de geboorte bleek dat op zijn borst een rood kruis op de huid getekend was. Toen hij twintig jaar was overleden zijn ouders. Rochus schonk heel zijn bezit aan de armen en vertrok naar Rome. Onderweg bleek in Italié de pest uitgebroken te zijn. Zijn metgezellen keerden terug naar Frankrijk maar Rochus trok van stad naar stad, overal de pestzieken verzorgend, In Piacenza werd hij zelf door de pest getroffen en buiten de stad geworpen. Stervend lag hij in het bos. Een engel kwam en verzorgde zijn wonden en deed een heldere bron ontspringen waaruit hij kon drinken. Een hondje bracht hem dagelijks een homp brood en Rochus genas van zijn ziekte.
Hij keerde terug naar Montpellier maar werd door de pestwonden en de ontberingen getekend niet door de bewoners herkend. Hij werd beschuldigd van spionage en in de gevangenis geworpen. Daar stierf hij vijf jaar later, in 1327. Dood op de grond uitgestrekt werd hij omstraald door hemels licht. Toen men het lichaam wilde wassen ontdekte men de kruisvormige wijnvlek en men begreep dat de overledene de zoon van Johannes was. Met grote plechtigheid werd Rochus in de kerk begraven en al spoedig als heilige vereerd. In 1485 werden zijn relieken door de Venetianen naar de Dogenstad overgebracht en op het Concilie van Konstanz werd hij heilig verklaard. Spoedig werd hij de Pestheilige bij uitstek. Sint Rochus wordt herdacht op de zestiende augustus.Sint Rochus wordt afgebeeld in pelgrimsdracht met mantel, bedelzak en hoed. Naast zich de hond die brood brengt. Rochus verdrong op vele plaatsen de pelgrimsheilige Sint Jacobus. In de Nieuwe Tijd werd het pelgrimeren teruggedrongen. Helpen van zieken en zwakken werd belangrijker geacht. Rochus is de Barmhartige Samaritaan onder de pelgrims.

d. De Icoon van de drie Jongens in de Vuuroven
Tussen de bogen van het baptisterium hangt een processie - icoon van de drie jongens in de vuuroven van Babylon. De icoon is een reproductie van een Russische icoon uit de vijftiende eeuw.De icoon is een illustratie van de gebeurtenis die verhaald wordt in het derde hoofdstuk van het boek Dani?l. Koning Nebukadnessar laat een gouden beeld van zichzelf maken en dwingt een ieder voor het afgodische beeld te knielen. Drie Joodse hovelingen weigeren dat en worden op straffe van de dood gedwongen het beeld te vereren. Als ze opnieuw weigeren worden ze op bevel van de koning in een oven met laaiend vuur geworpen. Door een wonder blijven ze gespaard. De mannen wandelen in het vuur en heffen de beroemde lofzang in de vuuroven aan die in de getijdendiensten van de Christelijke kerken nog steeds wordt gezongen. In 'Gezangen voor Liturgie' is het als lied 491 opgenomen in de bewerking van Huub Oosterhuis: Lied in de Vuuroven: 'Looft de Heer, al wat gemaakt is prijst zijn Naam'.
Dauw en regen, vorst en koude, ijs en sneeuw,
de slang en de vis, de vogel en de leeuw,
geesten in de hemel en gij mensen met uw stem:
gelooft Hem op zijn woord, dat Gij bestaat in Hem.

Als de koning het wonder aanschouwt ziet hij nog een vierde man in het vuur te wandelen. Het is een engel van God, die de jongens te hulp gekomen is. Deze engel wordt beschouwd als de aartsengel Michaël, de beschermengel van Israël. Omdat Nebukadnessar zegt: 'De vierde gelijkt op een godenzoon' beschouwen speciaal de Oosterse Christenen hem als een voorafbeelding van Christus, het gebeuren als een profetie van de neerdaling ter Helle: Christus, die de mens te hulp komt in de grootste nood en de verschrikkelijkste vervolgingen.

4. Het Mortuarium
Rechts van het Baptisterium het vroegere 'portaal van de vrouwen'. De ruimte is reeds vele jaren in gebruik als mortuarium. In het mortuarium staat een witte kinderbaar. Op de rechtermuur hangt een icoon van Maria met de Evangelist Johannes, treurend over de gestorven Christus.
Op het tafeltje een eenvoudig koperen kruis met kandelaren, een schaaltje met wijwater en het bijbehorend palmtakje. Op de muur naast de deur een tekening van de Wederkomst van Christus van pastor J. R. van de Wal. Maranatha: dat betekent 'Kom o Heer'. Naast de buitendeur een processie kruis in de moderne Romeinse stijl.
Als er iemand opgebaard is brandt boven de deur een lampje. Men wordt dan verzocht de ruimte niet te betreden.

5. Ons Lieffrouw van Sevenwouden

Aan de noordzijde van de dubbele poort bevinden zich de kapellen van de twee grote Bolswarder devoties: Onze Lieve Vrouw van Zevenwouden en de zalige Pater Titus. In een voor een deel wit geschilderde kapel bevindt zich sedert 1934 het Mirakelbeeld van Onze Lieve Vrouwe van Zevenwouden. In het Bolswarder stadsfries: Ons Lieffrou fan Sevenwouden.



a. De Madonna
Het beeld moet omstreeks 1280 in het Noordwest Duitse gebied uit eikenhout gesneden zijn. Het oerbeeld waarop de beeltenis teruggaat is de Byzantijnse Hodegetria  icoon Zij die de Weg wijst
Op de schrijn van Karel de Grote in Aken is deze beeltenis rond 1100 aangebracht en van daar over de Duitse landen ?waartoe in die tijd ook Friesland behoorde- verbreid.
In het westen wordt dit Madonna  type ?Sedes Sapientiae, de zetel der Wijsheid, genoemd. Het beeld toont ons de Moeder met het kind zoals zij zich ter aanbidding toonden aan de drie wijze Koningen uit het Oosten.

Zij gingen het huis binnen
zagen er het Kind met zijn Moeder Maria
en op hun knie?n neervallend
betuigden zij het hun hulde.Matt. 2, 11 a.

De naast verwante Madonna's zijn in Westfalen bewaard gebleven en zijn te zien in het Westf?lisches Landesmuseum in Munster. In Nederland zijn slechts in Zuid- Limburg Madonna's uit deze vroege periode bewaard.


b. De Geschiedenis van het Beeldje
De bronnen vermelden niet wanneer het beeld naar Bolsward is gekomen. Opvallend is dat de tijd van ontstaan samenvalt met de komst van de Franciscanen naar Bolsward. Tegen een Franciscaanse oorsprong pleit dat het beeld zich in de invloedssfeer van de Martinikerk bevond.
Het Mirakel

In 1515 stond het beeld in een houten huisje op de Post, een brug in de Kerkstraat. In dat jaar werd Bolsward verwoest door de Zwarte hoop: de muitende soldaten van de Saksische hertogen. Het Kapelletje verbrandde en de Madonna leek verloren.
Enkele dagen later werd het rechtopstaande in het water gevonden. Dit gebeuren werd als een groot wonder beschouwd en de Madonna kreeg een prachtige stenen Kapelle op de Post. In de eerste helft van de zestiende eeuw groeide de roem van de Bolswarder Lieve Vrouw tot buiten de Friese landsgrenzen. Het Mirakelboek, dat alleen in kopien is bewaard vermeldt een lange reeks wonderen.
In de pre ? reformatietijd verflauwde de verering. De Madonna ontkwam ook aan de beeldenstorm. Het werd door vrome burgeressen van de Stad met grote zorg bewaard. Pas in de loop van de achttiende eeuw werd het weer openbaar vereerd. De feestdag van de Bolswarder Maria is de zondag voor Pinksteren. De dag waarop Bolsward in 1515 werd geplunderd door de Zwarte Hoop. Het is zondag waarop de kerk gedenkt dat Maria en de Leerlingen van Jezus biddende waren in het Cenakel.

Toen keerden zij van de berg die de Olijfberg heet,
naar Jerusalem terug. Deze ligt dichtbij Jerusalem op Sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden. De leerlingen bleven volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus en met zijn broeders.
Handelingen 1, 12, 13 a,, en 14.

c. De Versierselen

De gewone zilveren versierselen stammen uit de negentiende eeuw. In de linkerhand draagt Maria een scepter met de zespuntige leidster. Zij wordt zo geduid als Sterre der Zee. Haar kroon heeft zeven bomen als fleurons verwijzend naar de "Zevenwouden", waaruit het beeld volgens de overlevering stamt. Op feestdagen zijn de versierselen van goud.

De houten voet waarop het beeld is geplaatst is bedekt met zilveren platen. Middenvoor getooid met het Mariamonogram. Aan de rechterzijde de redding van een schip in nood - ??n van de wonderen uit het mirakelboek- aan de linkerzijde een stomende fontein: Maria "Levengevende Bron".

d. De Pinkstericoon
Boven de vensters een icoon, in 1996 vervaardigd door mevrouw Jantsje Witteveen ? van der Zee, voorstellende Maria, biddend om de Heilige Geest, in het centrum van de kring der leerlingen.
De icoon is in de Grieks ? Katholieke stijl. Maria heeft in het geheel een zeer centrale plaats. Interessant is de gesticulatie van de Apostelen: ze zijn druk in gesprek. Maria is als Orante afgebeeld.
Linksboven de ?Kapelle op de Post? waarin tot 1580 de Madonna werd vereerd. Rechtsboven is de Martinikerk te zien tot welks rechtsgebied de Kapelle behoorde.

e. De Kruidwis

Links van de kapel hangt een bos graan met kruiden, een zogenaamde ?kruidwis? die op het feest van Maria Hemelvaart in de kerken wordt gewijd. Kruidwissen verbeelden de oogst die rond 15 augustus in volle gang is. De Hemelvaart van Maria verbeeldt de hemelse oogst van de verlosten.
Het graan is tot voedsel, de kruiden zijn ter genezing van de mensen.

f. Het Hekwerk

De ijzeren hekken voor de kapellen en het baptisterium zijn zeer kundig gesmeed in art-d?co stijl. De spiraalmotieven zijn ontleend aan de natuur.

g. De Kerk van Kokanao

In de tijd van de Politionele Acties in Indonesi? waaraan ook heel wat jongens uit Bolsward deelnamen deed Pastoor staal uit naam van de parochie de gelofte aan Onze Lieve Frou dat er aan de kerk een nieuwe kapel gebouwd zou worden als alle soldaten gezond terug zouden komen. Er werd voor dat doel een groot bedrag bijeen gebracht en H. C. van der Leur ontwierp een kapel in de stijl van de Kerk. Met het vertrek van pastoor Staal werden de plannen in de kast gelegd; er werd gekozen voor andere prioriteiten. Het geld bleef op de bank staan.
In de zestiger jaren gingen er stemmen op het bedrag te gebruiken voor een kerk in de Franciscaanse Missie in Irian Barat. In 1968 werd onder de parochianen een enqu?te gehouden. De uitslag was dat de bestaande kapel van Maria zou worden opgeknapt en het geld verder naar de missie zou gaan. Er werd een kerkje voor gebouwd in Kokanao. In het torentje kwam een klokje met het opschrift ?MARIA VAN SEVEN WOUDEN BOLSWARD 1973?.

LIEFFROUW VAN SEVENWOUDEN

Wees ons nabij, o Lieve Vrouw
Der Friese Sevenwouden.
U zoeken wij met Friese trouw,
Wil ons voor U behouden!
Ons Godsverlangen drijft ons aan;
?t is daarom dat wij tot U gaan:
Want wie U vindt
Vindt God, uw Kind,
In U, o Lieve Vrouwe.

Ten allen tijd ? in vreugd? en strijd
Gaan wij ter Lieve Vrouwe.
Want Zij verblijdt ? vertroost en leidt,
Wie zich Haar toevertrouwen.
Wijd ons, o Maagd, wij vragen het,
Uw moederzorg van Nazareth
Die Jezus voedt
En groeien doet
In ons, o Lieve Vrouwe.

Vorm onze Geest ? zo vrij en wijd
Als Frieslands weidelanden.
Die zonde vreest ? die liefde leidt
Tot God en tot elkander
Schenk Jezus en zijn innigheid
Aan ons, o zoete Majesteit.
O, Moedermaagd,
Die Jezus draagt:
Maria Koninginne!

Geef Friesland weer ? geheel aan Hem,
O, Moeder van ons leven.
Gelijk ons Heer ? in Bethlehem
Door U ons werd gegeven.
Zij Moeder, ook de Friese Kerk
Door uwe liefde en schutse sterk
Bewaar ons trouw,
O Lieve Vrouw,
Lieffrouw van Sevenwouden!
Zr. Martina van der Meer O.C.D.

Icoon van de hand van zr. Martina van der Meer in de Karmel in Drachten

6. Kapel van Pater Titus Brandsma

In de tweede kapel links van het hoofdportaal is een gedachteniskapel ingericht voor de uit onze parochie afkomstige zalige Pater Titus Brandsma.

a. Het leven van Pater Titus

In 1881, op 23 februari, werd in Oegeklooster, onder de rook van Bolsward, Anno Brandsma geboren. De familie Brandsma kerkte in de St. Martinuskerk in de stad. Anno Brandsma trad in 19 september 1898 toe tot de orde van de Karmelieten en werd een van de leidende figuren van de emancipatie van de Rooms-katholieken in de eerste helft van deze eeuw. Hij zette zich zeer bijzonder in voor de geestelijke en wetenschappelijke ontwikkeling van de tot dan toe achtergestelde katholieken. Ook voor de ontwikkeling van een eigen, onafhankelijke Katholieke pers nam hij vele initiatieven. Al in een zeer vroeg stadium waarschuwde professor Brandsma voor de gevaren van het Nationaal Socialisme en de verderfelijkheid en het onchristelijke karakter van de rassenleer. Reeds bij de bezetting beschouwden de Duitsers Pater Titus als een geduchte geestelijke tegenstander. Vanwege zijn felle verzet tegen de nazificering van de Nederlandse pers werd Titus op 19 januari 1942 gevangen genomen. Via Scheveningen, Amersfoort en Kleef werd hij naar Dachau gebracht. In Dachau werd hij tewerkgesteld in de kruidentuin. Het werk in de basilicumvelden was te zwaar voor Titus. Ziek en totaal verzwakt werd hij naar de ziekenbarak gebracht waar hij op 26 juli 1942 met een dodelijke injectie om het leven werdgebracht. Zijn lichaam werd gecremeerd en de as werd op het asveld verspreid.
Ook het gedicht dat hij in Scheveningen (12 februari 1942 maakte, vol van Karmelitaanse Mysiek, ging over de wereld. We kunnen er het Nada te Turbe van de Grote Theresia in teruglezen.

Voor het beeld van Jezus in de gevangenis te Scheveningen

O, Jezus, als ik U aanschouw,
Dan leeft weer dat ik van U hou
En dat ook Uw hart mij bemint,
Nog wel als een bijzondren vriend.

Al vraagt dat mij meer lijdensmoed,
Och, alle lijden is mij goed,
Omdat ik daardoor U gelijk
En dit de weg is naar Uw Rijk.

Ik ben gelukkig in mijn leed,
Omdat ik het geen leed meer weet,
Maar t alleruitverkorenst lot,
Dat mij vereent met U, o God.

O, laat mij hier nu stil alleen,
Het kil en koud zijn om mij heen,
En laat geen menschen bij mij toe:
t alleen zijn wordt ik hier niet moe.

Want Gij, o Jezus, zijt bij mij,
Ik was U nimmer, zo nabij,
blijf bij mij, bij mij Jezus zoet,
uw bijzijn maakt mij alles goed.
Titus Brandsma

O, Jezus as myn each Jo sjocht,
Dan tilt myn hert fan leafden nocht
En ?k wit Jo herte ta my dreaun
As ta in neie en sibbe freon.

Al freget dat yn leed mear moed,
Och, alle lijen is my goed,
Omdat ik sa, oan Jo allyk,
It paad begean mei nei Jo Ryk.

Ik fiel my lokkich yn myn lot,
In ?tferkarde, in bern fan God.
Gjin lijen kin my deare no,
Want ik bin ien en mien mei Jo.

Sa ?t ik hjir lykm?allinn? o Hear
Yn kjeld en iensumheid ferkear,
Ha ?k fan de minsken gjin ferlet,
De stilte hjir benearet net.

Want Jo Hear, binne hjir by my.
Ik wie Jo nea sa tichte by.
Bliuw by my, Jezus, nacht en dei,
Jo meitsje alles goed d?rmei.
12 ? 13 februari 1942

b. De Kapel

Bij de zaligverklaring van Pater Titus Brandsma in 1985 werd in de kapel een urn geplaatst met as "van vele onbekende martelaren" van het asveld van Dachau. Deze urn is een vaas van Makkumer aardewerk. De plateelschilders Douwe Kloosterman en Gerard Damsma voorzagen de donkerbruine urn van een prikkeldraad motief, herinnerend aan het concentratiekamp. Het witte kruis symboliseert het sterven van Christus. Links een reproductie van de tekening, die John Donne maakte in het kamp van Amersfoort waar Pater Titus in de lente van 1942 verbleef. Rechts een reproductie van een Icoon van de Hemelvaart van Elia. Elia, de profeet die op de Karmelberg in Isra?l leefde, is ??n der grote inspiratoren van de orde van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel. In de nis is het kunstwerk geplaatst dat in 1988 door Jan Murk de Vries ter ere van Pater Titus, werd vervaardigd voor de Bolswarder kerk. Het kunstwerk is geheel van ?red- cedar? hout en symboliseert de apotheose van de Zalige, verbonden met het Kruis van Christus. In de nis achter het plastiek een neogotisch kistje met as uit Dachau en een stukje van het kleed van Pater Titus. Op het marmeren ?altaar? liggen stenen van de berg Carmel in Isra?l en uit Dachau, ook stenen die er door gelovigen met een bepaalde intentie zijn neergelegd.

c. De Houtplastiek

Centraal in het plastiek het voor De Vries zo kenmerkende open kruis. (In het raam van de Martinikerk is eveneens een open kruis van de kunstenaar geplaatst). Het licht kan door het kruis stralen en de gelovige kan het eigen leed in het kruis van Jezus leggen. De vlammen onder het kruis verbeelden het vuur van de verbrandingsovens van Dachau dat Pater Titus lichaam verteerde.
Het vuur rond het kruis symboliseert het vuur van de Heilige Geest. De Heilige Geest stond Titus bij in zijn strijd tegen de Nazi's en gaf hem kracht geestelijk overeind te blijven in de gevangenis en in de kampen. Het is de Heilige Geest die ons met hem verbindt als levend in het Hemels Koninkrijk. De opgeheven handen symboliseren de voorbede van de Heiligen. De geheven armen doen ook denken aan de wijze waarop de Karmelieten hun gebeden aan het altaar verrichtten. Achter de armen en de vlammen rijzen twee allesomvattende vleugels op.
Wij kunnen bij deze vleugels denken aan de duif van de Heilige Geest maar ook aan vogel Feniks die uit de vlammen herrees om de mensen licht en leven te schenken, een oud Christussymbool. Het volgende gedicht van Piet van Exter geeft de bedoeling van Jan Murk goed weer:

TITUS BRANDSMA
Ik voel de vogel in mij neergestreken.
Zijn vlucht vlamt ruisend in mijn bloed.
Gods geest is naar de wereld uitgeweken,
En brandt mij tot bezield gemoed.

Welke martelingen mij ook slopen,
De klem van de vertwijf'ling breekt mij niet.
De vogel is mij tot in 't hart gekropen,
En roert zich met een hoopvol lied.

Het lijden perkt zich tot het stof der tijden.
In geest en eeuwigheid zal alle pijn vergaan.
Het vuur zal zich uit brekend hart bevrijden:
De vogel voert mij weg uit tijdgebonden waan.

Nimmer is de mens van God verlaten
Zolang hij vlam en vleugel in zich weet,
Het zwaard slechts aangordt tegen al het haten,
Opdat hij aan de dood ontstijgt zover de liefde meet.
Pieter van Exter,
Harlingen, januari 1999

9. De Adelaar en de Slang

In het Torenportaal staat een houtplastiek, in 1998 vervaardigd door Durk Bosma. De strijd tussen de adelaar en de slang verwijst naar de agressieve krachten in de mens en in de schepping die tot harmonie moeten komen.

Het symbool is populair geworden door de ontstaansmythe van Mexico - city, een van de grootste steden in de wereld. De Azteekse Mexica stam die de stad heeft gesticht kwam uit het Noorden. Zij namen de legende mee dat ze moesten gaan wonen op de plek waar een adelaar een slang zou opeten op een cactus die uit een rots groeide. Op een rotsachtig eiland in het Texcoco-meer zagen zij de profetie bewaarheid. Rond 1325 stichtten zij erTenochtitlan (cactus op de rots).
In 1521 veroverde Cortez de stad op de Azteken. Het symbool werd overgenomen door de nieuwe heersers.

In de Christelijke traditie is de slang die door een adelaar gedood wordt teken van de overwinning van het goede op het boze. In middeleeuwse kerken te zien op kapitelen boven de pilaren of in de versiering van getijdenboeken. Het voorbeeld van deze plastiek vond de maker in Thailand.

Een Arend gekerfd in iepenhout
De boom was 150 jaren oud
Geworteld in de Friese klei
In Greonterp bij een boerderij
De iepziekte had de boom geveld
-Miljoenen larven heb ik geteld -
Daar kon de reus niet tegenaan
?t Leek het einde van zijn bestaan
Maar door toedoen van een groenteman
Die met zijn handen heel wat kan
Was hem een nieuw leven beschoren
Als machtige Arend in deze toren
Nu heeft hij met zijn grote kracht
De valse Cobra in zijn macht
De les van wat hierboven staat:
? ?t Goede wint het steeds van het kwaad?

Bolsward, 1999 Dirk Minne Bosma

10. De Koorzolder

Boven het poortgebouw bevindt zich de koorzolder met het begin twintigste-eeuwse orgel uit de Sint Martinuskerk dat helaas onbruikbaar is geworden. Omdat het van slechte kwaliteit is staat het niet onder monumentenzorg. In de Martinikerk was het orgel een geheel. Omwille van de glas-in-loodramen werd het in twee delen gesplitst. Ook de klankkast werd gedeeld en daarmee kleiner. Dit kwam het geluid van het orgel niet ten goede.
Er hangen iconen, geschilderd door Pastoor Jan R. van der Wal. In het midden de Verlosser, aan zijn rechterhand de Moeder Gods, links de Profeet Elia. Helemaal rechts de Verheerlijking op de berg Thabor.Vanuit het liturgisch centrum zijn ze goed zichtbaar. Verder staan er kasten waarin zich een grote verzameling oude liturgische gewaden bevindt.

11. De Torenkapel

In de onderste torenkapel staat een gipsen Heilig Hartbeeld uit de jaren vijftig. Het is een beeld in de stijl fan de? Zegenende Christus? van de Deense kunstenaar Bertel Thorwaldsen in 1827 maakte voor de Vor Frue Domkirke van Kopenhagen.
De uit Bolsward afkomstige priester - kunsthistoricus Frits van der Meer nam het beeld van ?deze humane, licht verhevene, en toch beschaafde Christus? op aan het einde van zijn ?Imago Christi?; een werk over de ontwikkeling van het Christusbeeld in de loop der eeuwen.
Ook worden hier de brokstukken van een altaar uit de Sint Jacobskerk in Wommel, de altaarsteen met reliek uit de vroegere Sint Martinuskerk aan de Dijlakker en het Tabernakel uit de gesloten Sint Janskapel in Burchwert bewaard.

HOOFDSTUK 5

SCHIP VAN DE KERK


























De Voorkerk en het Schip
I.De Voorkerk

1. Het Doopvont

In 1993 zijn uit de kerk een aantal banken verwijderd waardoor achter in de kerk een
ontmoetingsruimte ontstond. In deze ruimte werd in 1998 een nieuw, houten, doopvont geplaatst,
vervaardigd door Meindert Boersma. Het doopvont heeft de traditionele achthoekige vorm. Tijdens
doopvieringen worden er acht banken rond het doopvont neergezet.
Naast het doopvont staat de paaskaars, geplaatst op een geelkoperen neogotische kandelaar.

2. De Beelden

1. De Crucifix

Tussen de beide hoofdpoorten hangt een groot houten crucifix uit de oude Franciscuskerk. Het maakte daar deel uit van inventaris van de destijds bijzonder uitbundig ingerichte Mariakapel. Het corpus is heel mooi gesneden in neogotische stijl. Het gelaat van de gestorven Christus ademt een diepe rust uit. Het beeld vult op een bijzondere wijze het iconografisch programma van onze kerk aan:

Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij:
?Het is volbracht.?
Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.
Joh. 19: 30

De beide beelden in de voorkerk, die tegen de twee pijlers geplaatst zijn, stellen links Antonius van
Padua en rechts Theresia van Lisieux voor. Bij Antonius van Padua liggen in of rond de kerk
aangetroffen verloren of vergeten voorwerpen.

2. Theresia van Lisieux

Theresia van Lisieux, ook "Kleine Theresia" en "Theresia van het Kind Jezus"
genoemd, werd als Th?r?se Martin in 1873 in Alen?on in Frankrijk geboren. Op vierjarige
leeftijd verloor zij haar moeder. Theresia ontwikkelde zich tot een zeer religieus kind en wilde
reeds op vijftienjarige leeftijd Karmelietes worden. Dit werd haar door de bisschop verboden. Als zestienjarige trad ze in bij de Karmelietessen in Lisieux. Op twintigjarige leeftijd werd ze
tweede meesteres van de novicen. Theresia had een grote mystieke begaafdheid, die zich vooral openbaarde bij haar ziekte. Ze leed aan Godverlatenheid, maar tegelijk leerde zij aan haar medezusters "de kleine weg": volmaaktheid in heel gewone ascese en zorgzame gebaren.
Ze bood haar leven aan God voor het geestelijk welzijn van de kerk en voor de uitbreiding van het geloof. Op haar sterfbed deed ze de uitspraak, dat ze na haar dood een regen van rozen op aarde zou doen neerdalen. Op 30 september 1897 overleed Theresia. In 1925 werd zij heilig verklaard en in de negentiger jaren kreeg ze de titel "kerklerares".

"Een jong meisje verscheen
temidden van een schare grijze heren
en enkele waardige oude
dames".

Het beeld van de Heilige Theresia stamt uit de dertiger jaren. Met de Crucifix boven het altaar behoort het tot de stijl van de bouwperiode van onze kerk. De beelden zijn in de "art-d?co" of in de "geometrische stijl".

3. Antonius van Padua

De predikende Franciscaan verbeeldt de heilige Antonius van Padua, (1195-1231) die in de Franciscaanse wereld zeer hoog vereerd wordt. Antonius is een van de grootste volksheiligen van de
Katholieke Kerk. Ook buiten de grenzen van de Christelijke kerk wordt hij vereerd.
Antonius werd in 1195 geboren als zoon van een rijke adellijke familie in Lissabon. Hij werd Augustijner koorheer maar het getuigenis van een groep Franciscaanse martelaren in Noord- Afrika deed hem in 1222 van ordekleed wisselen. Een onstuimige zeereis bracht hem naar Noord- Itali? en daar werd hij tot de grootste volksprediker van zijn dagen. Door zijn indrukwekkende preken liet hij velen de weg naar het ware geloof terugvinden. In de geestelijke strijd met de Katharen legde hij in zijn preken grote nadruk op het waarlijk mens zijn van Jezus Christus. Hij predikte in zijn laatste dagen graag vanuit een notenboom. Antonius stierf op 13 juni 1231 en werd reeds na elf maanden Heilig verklaard. De Paus gaf hem de eretitel "Ark van het Verbond".

Ook Bolsward had een bloeiende ?Derde Orde?. De Minderbroeders probeerden daarmee de Franciscaanse idealen bij de leken ingang te doen vinden. Antonius stond bij de Derde Orde hoog in aanzien. Destijds werd elke dinsdagavond hem ter ere een lof gehouden.
In het volksgeloof staat hij vooral te boek als de heilige die verloren voorwerpen terug brengt. Bij het beeld liggen dan ook de in de kerk gevonden voorwerpen..

Het geschilderde beeld van Sint Antonius in de voorkerk toont de heilige met het Christuskind op de arm en met de lelietak der zuiverheid. Antonius is gekleed in de bruine pij der Franciscanen minderbroeders. Om zijn middel het witte koord met de drie knopen die verwijzen naar de drie geloften: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Aan het koord hangt een rozenkrans. Destijds stond Het beeld van Sint Antonius in de Martinuskerk.

Een tweede Antoniusbeeld, in de stijl van de vijftiger jaren, staat in de tuin aan de zuidkant van de kerk en is vanuit de Martinushof te zien. Het beeld is vervaardigd door de Friese beeldhouwer Gerardus Jan Adema uit Franeker.

I. Het Schip

1. Het Middenschip

Het middenschip van de kerk is zeer breed en wordt overspannen door zeven zware gordelbogen. Deze bogen zijn rijk versierd met wit- zwart geglazuurde stenen. Boven in de bogen geopende nissen. De geboorte van de paraboolbogen is laag zodat de steenmassa naar boven steeds groter wordt. De zijbeuken zijn gereduceerd tot processiegangen. De bogen in de processiegangen en de bogen tussen de gordelbogen zijn kepervormig gesloten. Deze kepervorm sluit aan bij de expressionisten zo geliefde kristalvorm. De opvallende wit ? zwart geglazuurde stenen verbeelden de strijd tussen goed en kwaad in de wereld waarin het Volk van God onderweg is. Op die weg worden ze geleerd en geleid door de twaalf apostelen en hun opvolgers, de bisschoppen.
De twaalf pijlers langs de processiegangen symboliseren de twaalf apostelen. Het twaalftal is ook terug te vinden in de twaalf apostelkruisen die bij de kerkwijding gezalfd zijn. De kaarsenhouders boven de kruisen hebben organische "uitspruitende varenvorm". De kaarsen branden op het feest van kerkwijding. Het schip heeft naar het noorden en het zuiden een twaalftal ?kristalvormige? vensters.
De pijlers zijn aan de voet okergeel geglazuurd, de kleur van de aarde. Langs de muren van het schip en de dwarsbeuk zijn de stenen okergeel, blauwgroen en roodbruin, de aarde, het water en de planten.

2. De Biechtstoelen

Oorspronkelijk had de kerk vier dubbele biechtstoelen. Daarvan is er nog een enkele in functie. De stoel vooraan aan de noordzijde. De priester neemt plaats achter de middelste deur en bekleed zich met de paarse stool. De biechteling knielt neer in de linkerruimte.
Naast de biechtstoel wordt tegenwoordig ook zittend in een kerkbank of bij de pastoor in de spreekkamer gebiecht.
3. Het Plafond

Schip en transept van de kerk worden gedekt met een donkerblauw cassetteplafond. Het houten raamwerk van donkerblauwe platen. Het cassetteplafond herinnert aan de grote met glas overdekte ruimten zoals Christal Palace in Londen, aan winkelgalerijen en stationshallen. Het donkerblauw suggereert de donkere avondhemel. Aan onze kerk verwante gebouwen hebben, waar mogelijk, een glazen dak.

4. De Kruiswegstaties

Zoals de meeste Nederlandse Rooms-katholieke kerken heeft ook onze Franciscuskerk veertien Kruiswegstaties. De staties werden in 1859 geleverd door Vincent Duprez fils te Rijssel in Noord- Frankrijk. Vroeger waren ze voorzien van zeer pompeuze houten lijsten. De stijl is naturalistisch met veel gevoel voor drama. De leverancier schreef aan de toenmalige pastoor Ranshuyzen: "Mijnheer Pastoor, u zult de mooiste kruisweg krijgen van Europa.?
Toen de staties in 1934 een plaats kregen in de nieuwe kerk werden de bombastische omramingen verwijderd en vervangen door eikenhouten lijsten, vervaardigd door meubelmaker Herman Lotstra. In 1977 zijn de staties schoongemaakt en gerestaureerd door Jan Murk de Vries. Jan Murk ontdekte toen het jaartal 1825 op een van de staties.


Maria Magdalena met de gestorven Christus

De eerste statie van de Kruisweg bevindt zich rechts voor in de kerk.
De Kruiswegstaties worden afgelopen tegen de klok in. Deze richting symboliseert de weg naar de dood en het totaal nieuwe begin in de verrijzenis van Jezus Christus.
Soms ziet men een vijftiende statie toegevoegd "De Verrijzenis" men vergeet dan dat de Verrijzenis van Christus present wordt gesteld in de Heilige Eucharistie. Het Altaar is in die zin "de vijftiende statie". Tussen Goede Vrijdag en Hemelvaart ligt op het altaar een Byzantijnse grafdoek als symbool van de mystieke Verrijzenis van de Heer in de tekenen van Brood en Wijn.
Niet toevallig begint de Kruisweg bij het Heilig Hartbeeld, Een Duitse Hongerdoek uit de negentiger jaren en de credens waarop voor de Offerande Brood en Wijn gereed staan.

De Viering met het nieuwe Altaar mei 2004

HOOFDSTUK 6
De Kruisbeuk

De kruisbeuken van de kerk werden vanouds ?het meisjeskruis? en ?het jongenskruis? genoemd. De jongens en de mannen zaten rechts in de kerk, de meisjes en de vrouwen links. Op afbeeldingen van de kruisiging van Christus staan Maria en de vrouwen links, Johannes en de mannen rechts. De banken in deze vakken stonden vroeger in de lengterichting, gericht op het hoogaltaar, de meisjes naar Maria, de jongens naar Sint Jozef, opziende.
Naar de windrichting noemen we het linker kruis: het Zuiderkruis, het rechter: het Noorderkruis.  Het venster in de zuidbeuk
Naar het noorden en het zuiden heeft de kruisbeuk prachtige vensters met een bij de kerk passende beglazing. De vensters als geheel komen bij de bespreking van het liturgisch centrum aan de orde. Onderin de vensters van de kruisbeuk zijn glazen uit de Martinuskerk overgebracht. Het opnemen van deze historiserende vensters in de verder abstracte ramen was een concessie aan het kerkbestuur van de Sint Martinusparochie om haar medewerking bij de totstandkoming van de ene nieuwe parochiekerk te krijgen. De namen in de vensters zijn van de schenkers van de glazen. De ramen werden in 1916 vervaardigd door: L. v. d. Essen te Roermond.

De beelden, de glazen en de andere bezienswaardigheden in kruisbeuk en absis worden met de klok mee besproken.



I. Het Zuiderkruis

1. De Stenen Preekstoel

Bij de ingang van de zuidelijke sacristie is de stenen preekstoel te zien die door de veranderde inrichting van de kerk buiten gebruik geraakt is. De preekstoel is geheel in de stijl van de kerk achthoekig opgemetseld. De geleding van de toren komt bij de preekstoel en in de zuilen van het Maria- altaar terug. Een tijdlang bevond zich boven de preekstoel een grote schelp om dat het voor de predikanten zeer moeilijk bleek zich in de gehele kerk verstaanbaar te maken. De diepliggende voegen van het metselwerk geven de kerk een zeer droge akoestiek.

2. De Glas-in-loodramen

a. Het Heilig Avondmaal
Alle vensters met voorstellingen hebben te maken met de Heilige Eucharistie daarom is het niet verwonderlijk dat de ramencyclus opent met het Laatste Avondmaal. Het venster toont Jezus Christus met de twaalf Apostelen in de Bovenzaal of "het Cenakel".Johannes de jongste leerling rust aan Jezus' borst. Aan de rechterhand van de Heer zijn Petrus, Jacobus en Andreas te onderscheiden. Op de voorgrond Judas die van het gebeuren wegkijkt en de geldbuidel draagt.

b. Het Mirakel van Amsterdam

Het eerste venster met een voorstelling vanaf het altaar toont de legende van het mirakel van Amsterdam. De onderstaande legende is tot in detail afgebeeld.

Enkele dagen voor Palmzondag in het jaar 1345 werd een man in de Amsterdamse Kalverstraat, die toen 'de Lang' heette, erg ziek en omringd door zijn huisgenoten ontving hij van de Pastoor der St. Nicolaaskerk de laatste Sacramenten. Nauwelijks was de Pastoor vertrokken toen de man moest overgeven. De vrouw die hem verzorgde, wierp het braaksel in het vuur van de open haard. Niemand had bemerkt dat de onverteerde H. Hostie mede in het vuur was gestort Na de koude voorjaarsnacht wilde de vrouw die ochtend het vuur oprakelen, maar toen het hout opvlamde, zag zij in de felle gloed de hostie zweven.Zonder zich te branden kon ze de hostie uit de vlammen nemen en in haar linnenkist neerleggen.Tot twee keer toe keerde de H. Hostie terug in het huis aan de Kalverstraat, hoewel ze telkens door de priester mee naar de kerk was genomen. Tenslotte bracht men het Heilig Sacrament in plechtige processie naar de kerk en bouwde een kapel op de plaats van het huis."
Pelgrimsboek 1959

Deze kapel "de Heilige Stede" genoemd werd in de middeleeuwen het doel van vele Pelgrims. Volgens de overlevering kwam zelfs de Rooms - koning, later Keizer Maximiliaan, naar Amsterdam en genas er van een ernstige ziekte. Uit dankbaarheid gaf hij in 1489 de stad het recht de keizerkroon boven het wapen te dragen.Elk jaar komen in maart de pelgrims uit geheel Friesland in de Franciscuskerk samen om zich voor te bereiden op de nachtelijke Bedevaart naar Amsterdam. Deze pelgrimage wordt de "Stille Omgang" genoemd.

3. De Beelden

a. De Heilige Pascalis Baylon
Het eerste beeld dat we, meegaande met de klok, tegenkomen is dat van een de Franciscaanse Heilige Pascalis Baylon. Zijn leven wordt beschreven bij het verhalende Pascalisvenster dat, precies tegenover het beeld, deel uitmaakt van het noordvenster.
De heilige, die vrijwel altijd in aanbidding voor het Altaarsacrament wordt afgebeeld, staat ook hier in gebedshouding. De legende vertelt dat Pascalis, opgebaard in de kerk, tijdens de Consecratie zijn armen ophief in gebed en twee maal zijn ogen opende.

De heilige Pascalis staat heel passend, opziende naar ?zijn? venster op het noorden. Tijdens de Eucharistieviering staat hij gericht op de Consecratie en de Heilige Communie in het hart van de kerk.

b. Sint Willibrord
De tweede heilige tegen de zuidelijke muur van de kerk is Sint Willibrord, de apostel der Friezen en de grondlegger van de Kerk in Nederland. De bisschop draagt een kerk in de stijl van de abdij van Echternach in de hand. Echternach stichtte hij als veilige toevluchtoord diep in het binnenland. Hij werd er ook begraven. Te zijner ere danst men in Echternach op Pinksterdinsdag de beroemde "Springprocessie". Het beeld stond vroeger in de Martinuskerk.

Willibrord werd in 658 in Northumberland geboren. In 690 kwam hij met twaalf gezellen naar de verwante stam der Friezen om hen tot het Christelijk geloof te brengen. Voor zijn bekeringswerk zocht hij steun bij de Frankische hofmeier Pepijn. In 693 werd hij door de Paus tot aartsbisschop van de Friezen gewijd. Door de tegenstand van de Friese koning Redbad gelukte het hem niet zijn taak te volbrengen. Volgens de legende reisde Willibrord ook door "Westeroog". Overal waar hij kwam kerstende hij de voor de bevolking van de kweldergebieden zo belangrijk en "heilige" zoetwaterbronnen. Ook in het vlak bij Bolsward gelegen Wolsum (met een kerk gewijd aan de bij Willibrord zo hoog in ere zijnde Sint Pancratius) was in vroeger eeuwen een: "Willibrorduswelle". De legenden over het nieuwe, zoete, water vertellen in wezen over de komst van de nieuwe godsdienst: de religie van Jezus, "Bron van levend Water".

c. Het Heilig Hartbeeld
Het eerste beeld aan de westzijde is het beeld van de Verrezen Christus die zijn doorstoken bloedend Hart toont. Het beeld staat boven de credens, de tafel waar voor de Eucharistieviering de gaven van brood en wijn gereed gemaakt worden. Het negentiende-eeuwse Heilig Hartbeeld, afkomstig uit de oude Sint Franciscuskerk, in neogotische stijl, heeft zijn polychromie behouden omdat het van 1934 tot 1998 op zolder stond.

De Heilig Hartbeelden vervangen in de kerken de vroegere beelden van Maria met de gestorven Christus op haar schoot "de Pi?ta". Het felle realisme van deze beelden werd afgekeurd.
Het veel spirituelere Heilig Hartbeeld laat Christus zien zoals hij zich toonde aan de ongelovige Thomas: de handen en de voeten doorboord. In plaats van de zijwonde is het bloedende en brandende Hart gekomen. Beeld van Jezus? offer en zijn grote liefde voor de mensen als Nieuwe Mozes:" Bloedbruidegom" .Het "Heilig Hart" is in de laatste eeuw het meest verbreidde Christusbeeld geworden. Het is erg zinvol dat zowel de Kruisweg als de Offergang bij dit klassieke beeld beginnen.

a. Het Mariabeeld en het Maria - altaar.
Links en rechts van de absis stonden vanouds de altaren van Jozef en Maria. Alleen het Maria- altaar is daarvan bewaard gebleven. Het is na de oorlog, geheel in de stijl van de kerk, uit donkere kalksteen gehouwen. In het tabernakel van travertijn worden de lectionaria ?lezingenboeken- bewaard. Hoog tegen de muur het neogotische Mariabeeld. Het forse beeld is in de Franse gotische stijl en verbeeldt Maria als de Regina Caeli: de ?Koningin des Hemels?. Bij dit beeld, dat afkomstig is uit de oude Franciscuskerk, doen de Bolswarder bruiden hun Maria ? opdracht.

e. De Kerstgroep
In de Kersttijd staat voor het Maria- altaar de uitgebreide kerstgroep opgesteld. Deze werd in de jaren 1976 en 1977 aangeschaft. De groep is gemaakt van ?wave- wood? en werd vervaardigd door Volkskunst Anstalten in Kevelaar. De kersticoon naast het altaar herinnert heel het jaar door aan de Kerststal die druk tijdens de kerstdagen druk wordt bezocht.

4. De Stander met het Evangeliarium
Voor het Maria ? altaar staat een stander met het Evangeliarium.
Het Evangelieboek is na Het Allerheiligst Sacrament het belangrijkste symbool van Christus? Aanwezigheid in de kerk. Daarom heeft het Heilig Evangelie een ereplaats. Tijdens plechtige vieringen wordt het met bijzondere eerbied binnengedragen, begeleid door kaarsen en wierook.

II. Het Noorderkruis

1. De Glas-in-loodramen



a. De Martelaren van Gorcum

Op 9 juli 1572 werd in Gorcum een groep van 19 geestelijken om het leven gebracht. De meeste van hen waren bewoners van de stad Gorinchem. De groep geestelijken bestond uit wereldheren en kloosterlingen van verschillende kleur. Elf waren bewoners van het
Minderbroederklooster van de stad. De mannen getuigden van hun trouw aan de leer van de Aanwezigheid van Christus in de Heilige Eucharistie en aan het gezag van de Paus van Rome. De martelaren van Gorcum werden, na bespotting en mishandeling, allen opgehangen. Ons venster toont ons de Franciscaanse Martelaren, Claes Pieck en drie van zijn gezellen. Rechts beneden zal de in het zwart geklede Augustijner kanunnik Jan van Oisterwijk zijn. De afgebeelde martelaren wisselen in de verschillende kerken en kloosters in aantal en kleur.

De Heilige Pascalis Baylon

Pascalis Baylon werd op 16 mei 1540 geboren in Aragon in Spanje. Zijn ouders waren arm zodat hij niet naar school kon en als herdersjongen mee de kost moest verdienen. Hij bracht zichzelf als jongetje lezen  en schrijven bij en leefde in een mystieke eenheid met de natuur en haar Schepper. Zijn herdersstaf diende hem tot symbolisch altaar. Dank zij die staf wist hij overal water voor zijn schapen te vinden. De herenboer waarbij hij werkte wilde hem aan zijn dochter koppelen maar Pascalis koos voor het leven van minderbroeder. Na een lange proeftijd trad hij in bij de broeders in Monforte. Hij leefde in verschillende minderbroederkloosters en onderscheidde zich door een grote verering voor Christus in het Heilig  Sacrament. ?Het Tabernakel werkte op hem als een magneet.?

Als portier had hij veel contact met mensen in nood. Hij stond de noodlijdenden bij, met liefdevolle aandacht, maar vooral door voorbede bij het Heilig Sacrament. Na zijn dood gebeurden er verschillende wonderen aan zijn graf en honderd jaar na zijn dood, in 1690, werd hij heilig verklaard. Zijn feestdag is 17 mei. Het is zijn sterfdag in de wereld maar zijn geboortedag in het Eeuwig Leven.

Pascal Baylon, die op Pinkster geboren werd en op Pinkster stierf, werd uitgeroepen tot Patroon van de Broederschappen van het Heilig Sacrament. In die functie kreeg hij een venster in de Sint Martinuskerk. Onze parochie bezit eveneens een reliek van deze vrome Spaanse Franciscaan. Hij is ook patroon van herders en koks.

De Beelden aan de Noordzijde

Sint Jozef

Het prachtig Sint Jozefbeeld in onze kerk stond tot de komst van het koororgel boven het nu verwijderde Sint Jozefaltaar. Het beeld is uit de school van Mengelberg en maakte vroeger deel uit van het Maria- altaar van de Sint Franciscuskerk.
Jozef is de bruidegom van Maria en de voedstervader van Jezus. In de Evangeli?n wordt vermeld dat Jozef timmerman was. Matte?s schrijft dat hij een rechtvaardig man was. Jozef stamde uit het geslacht van David en moest daarom naar Bethlehem met de volkstelling onder Herodes. Hij vluchtte met zijn gezin naar Egypte en keerde met hen terug naar Nazareth.In het apocriefe Evangelie van Jacobus wordt verteld dat, toen Maria de huwbare leeftijd had bereikt, door de hogepriester een twaalftal mannen werd uitgenodigd elk een stok op het altaar te leggen. Degene wiens stok zou bloeien zou Maria tot vrouw krijgen. Naast elf jonge mannen had ook Jozef, hoewel reeds op leeftijd, een stok ingeleverd. Tot ieders verbazing bloeide de volgende morgen Jozefs staf. De bloeiende leliestaf herinnert aan deze legende.

Pas in de late middeleeuwen komt er bijzondere aandacht voor Sint Jozef. Zijn feestdag wordt 17 maart.  In onze eeuw wordt de Heilige Jozef patroon van de arbeiders. De eerste mei "de Dag van de Arbeid? wordt tot de feestdag van ?Sint Jozef Werkman?.
Bolsward kende in de eerste helft van de twintigste eeuw een bloeiend R.K. Werkliedenverbond.

Sint Franciscus

Op de plaats waarop in de zuidelijke beuk het Heilig Hart staat, zien we in de  noordelijke kruisbeuk de beeltenis van de patroon van de kerk: Sint Franciscus van Assisi?. Voor 1934 stond het in de Martinuskerk.
Sedert 1260 is de naam van "il Poverello" met Bolsward verbonden en vele Bolswarder mannen en vrouwen hebben  hun leven met het zijne verbonden. Franciscus verbond zich zo met Jezus van Nazareth dat hij de wonden van Jezus "de stigmata" in zijn handen en in zijn zijde ontving. Voor zijn volgelingen was hij een vertaling van Jezus leer en leven naar hun tijd en omstandigheden.

Sint Vincentius

Vincentius de Paul werd op 24 april 1581 in een dorpje in Gascogne geboren. Zijn ouders waren arme boerenmensen. Zijn vader betaalde zijn priesterstudie door twee ossen te verkopen. Hij ontving de priesterwijding reeds op 19  jarige leeftijd en werd pastoor in Parijs. Daar werd hij de organisator van de Caritas. Hij richtte de Congregatie der Lazaristen op voor mannen en de congregatie van de ?Dochters der Barmhartigheid? voor vrouwelijke religieuzen.
In het midden van de 17e eeuw organiseerde  hij de Caritas in Frankrijk en van daar uit ook in de andere katholieke streken van Europa. Op 27 september 1660 stierf hij op bijna 80 jarige leeftijd in Parijs. In 1737 werd "Monsieur Vincent" heilig verklaard. Sint Vincentius "de Vader der Armen" is de patroon van alle Caritasinstellingen en congregaties, van  gevangenen en wezen. In Bolsward was de St. Vincentiusvereniging opgericht in 1855. Het beeld is destijds zeker voorstel van deze vereniging in de vroegere Franciscuskerk kerk geplaatst.

HOOFDSTUK 7

Het Liturgisch Centrum

1. Het Hart van de Kerk

Het Liturgische centrum wordt overkoepeld door een reusachtig kruisgewelf. Twee bogen, ingeschreven in een vierkant hebben een spanwijdte van 22 meter. Toen de bogen in 1933 gemetseld werden baden, toen ze gesloten werden, de zusters religieuzen in de school met de kinderen dat het grote werk mocht slagen. Boven de bogen suggereren de cassettes een groot vierkant glazen dak met in het midden een verhoging.
Bij de bouw van de kerk was alleen de absis bedoeld als Liturgisch centrum.
In 1970 werd het liturgisch centrum, volgens de idee?n van het tweede Vaticaans Concilie, naar het centrum van de kerk verplaatst.  Binnen een week was het karwei geklaard. De betegeling van het verhoogde liturgisch centrum is diagonaal gelegd in tegels van licht kleuren. De vernieuwing  is, ondanks de inbreuk die op het oorspronkelijke plan werd gemaakt, zeer geslaagd te noemen.

De Glas-in-loodramen

Vanuit het liturgisch centrum heeft  men een zeer goed zicht op de grote vensters van de kerk. De drie grote vensters, op het zuiden, het oosten en het noorden vormen een geheel met de architectuur.  De boven besproken vier ingevoegde vensters uit de Martinuskerk vallen architectonisch uit de toon maar zijn anekdotisch interessant. Alleen het venster boven de koorzolder  is geheel volgens de idee?n van de architect uitgevoerd. Het glaswerk is geplaatst in diagonale patronen. De abstracte vormgeving doet denken aan de schilderijen van Piet Mondriaan en Theo van Doesburg, kunstenaars die in de ontstaanstijd van onze kerk werkten.

Volgend de expressionistische bouwmeesters was het glas de materialisatie van het licht. De drie grote vensters geven het interieur van de kerk een geheel eigen kleur. Het glas van de vensters laat het zonlicht door glas gekleurd naar de tijden van de dag.  Op het oosten en westen:  morgen en de avond, met veel paars en blauw, de vensters op het noorden en het zuiden de middag met veel rood en geel.
Het glaswerk is gevat in hoge lancetvormige ramen, bekroond door ruitvormige vensters. Het klassieke gotische venster wordt zo in expressionistische vormen vertaald.
Als men de dammen tussen de lancetvensters als? zuilen? ziet wordt de kerk naar alle zijden geopend met de zeven zuilen van het huis van de Wijsheid. Daarnaast kan men ook denken aan de poorten van het hemels Jerusalem die opgetrokken zijn uit edelstenen van velerlei soort en kleur.

3. De inrichting van het Liturgische centrum

1. Het Altaar

Het celebratiealtaar of kruisaltaar staat midden onder het kruisgewelf. Het is het hart van de kerk Het altaar is vrij klein en wordt alleen gebruikt voor de dienst van de tafel. Het is vierkant, ??n van de basisvormen van onze kerk, De vierkante vorm is symbool van de Aarde. ?De Heer heeft heil bewerkt in het midden der aarde.? Twee kandelaren staan aan weerszijden van het altaar opgesteld. Het altaar zelf is buiten de vieringen leeg.
Het altaar in de Katholieke kerk betekent de tafel van het laatste avondmaal, daarnaast is het beeld van het kruis waarop Jezus is gestorven, het graf waaruit hij verrees, het hemels Altaar van het Lam, ten diepste Christus zelf. Daarom kust de priester aan het begin en het einde van de viering het altaar. In het altaar bevinden zich de relieken van Heiligen.
Voor de kandelaren liggen de altaarschellen waarmee de misdienaars het hoogtepunt van de Eucharistieviering accentueren.
De twee tot zes kandelaren bij het celebratiealtaar zijn in classicistische stijl  gesmeed. Op feestdagen worden de barokke zilveren kandelaren gebruikt.De twee kandelaren symboliseren de opgang en de ondergang van de zon. Over heel de aarde wordt elke dag op ontelbare plaatsen de Eucharistie gevierd op dezelfde wijze dezelfde gebeden en lezingen.
Gods lof, ?van de opgang der zon tot haar dalen?. Het Kruis en de zes kandelaren symboliseren dan de zon, als het licht van de dag en de zes lichten van de nacht. De wierook: de wolken en de schellen de donder. Symbolen van de Sina? en de Thabor

2. De Ambo
De Ambo heeft na het concilie een belangrijke eigen plaats gekregen. De dienst van het woord wordt bij de ambo gehouden. Op de ambo "de tafel van het Woord" ligt het lezingenboek van de zondagen of van de tijd van het jaar. Het boek voor de zondagen is rood, voor de weekdagen groen en voor de gedenkdagen der heiligen bruin.

3.  De Sedilia

De houten zetels van de sedilia zijn vervaardigd door Meindert Boersma. De grote zetel is de priesterzetel, de kleinere zijn voor de concelebranten of de acolieten en de bankjes voor de misdienaars. Voor de priesterzetel een kleine lezenaar voor het Romeins missaal. Het Missaal bevat de gebeden voor de Eucharistievieringen en de aanwijzingen voor het verloop van de liturgie in de Ritus van de Kerk van Rome. De presidenti?le gebeden in de liturgie worden vanaf de priesterzetel gelezen.

4. Het Kleed met de Bisschopswapens (In 2004 verplaatst naar de zuiderbeuk)

Rond het midden van de eeuw beleefde de Bolswarder parochie een geweldige bloeiperiode als ?Rome van Friesland? Het wereldepiscopaat kende maar liefst drie bisschoppen uit de Hanzestad. Het rond 1970 door de parochianen geknoopte vloerkleed toont de wapens van de drie gemijterde Filii Bolswardiae  ?zonen van Bolsward?.

Het wapen van Mgr. Nicolaas Hettinga M.H.M. Bisschop van Rawalpindi in Pakistan
Esurientes implevit bonis: ?Die honger hebben, geeft Hij overvloed? Het wapen met de ?pompebl?dden?.

Het wapen van Mgr. Constans Kramer O.F.M. Bisschop in China
In magna constantia: ?met grote standvastigheid? Het wapen  met het Franciscus ? symbool.

Het wapen van Mgr. Jacques Teerenstra C.s.s.p.  Bisschop in Frans ? Kameroen
Da Robur: ?Geef Kracht? Het wapen met O.L.V. van Zevenwouden.

2.      De Processiekruisen

a.      Ethiopische Kruis en de Rhipidia

Het Ethiopische kruis en de rhipidia zijn in 1996 vervaardigd door Johan Reekers. Het is een uitbundige vorm van het Koptische gelijkarmige kruis. Het zonnekruis symboliseert Christus als het Licht der Wereld en de Boom des Levens. Rhipidia zijn liturgische waaiers die in de Orthodoxe kerken gebruikt worden. In de vroege middeleeuwen ook in het westen als "flabelli". Oorspronkelijk bedoeld als middel om de vliegen te verjagen, kregen ze later de rol van metalen iconen in de liturgie. De rhipidia en het Ethiopisch kruis staan buiten de feesttijd in de absis.

Ze verbeelden de vurige serafs "met zes vleugels" die in het visioen van Jesaja de godverschijning begeleiden en het ?Sanctus?, het Heilig aanheffen. Een gezang dat in elke Eucharistieviering klinkt. In de tempel van Jerusalem waren twee cherubs of serafs boven het tabernakel geplaatst. Sint Antonius zag in zijn preken de twee cherubs als beeld van het Oude en het Nieuwe Testament

b.Het Neogotisch Kruis.

In de ?groene? tijd door het jaar staat in het liturgisch  centrum een negentiende-eeuws Crucifix van smeedijzer. Ook de symboliek van dit kruis gaat terug op de levensboom. De acanthusbladeren verbeelden de kracht die uitgaat van het ?levend hout? Aan voor en achterzijde zijn op het kruis bloeiende distelplanten aangebracht. De driehoekige voet van het kruis vertoont naar de drie zijden kapellen met identieke vrouwenfiguren zonder attributen. Deze vrouwen kunnen drie maal Maria tegen woordig stellen, de drie Maria ?s bij het graf of Geloof, Hoop en Liefde.

b.      Het Coesfelder Kruis

In de veertigdagentijd staat in het Liturgisch centrum een sobere replica van het CoesfelderKruis, een laatmiddeleeuws gaffelkruis. Dit kruis was een geschenk van de Zusters Franciscanessen van Munster aan de uit Bolsward afkomstige Pater Hallvard Hettema die in de zestiger jaren ziekenhuispastor van het  Sint Bonifatius- hospitaal in Leeuwarden was.

d. Het Classicistische Kruis

Een kleiner processiekruis, in classicistische stijl, staat bij de credens. Het is een lichtkruismet op de eind van de armen schelpen. Schelpen zijn het symbool van de verschijning van het Heilige ?de kostbare parel?.  Het kruis wordt geflankeerd door twee neogotische processiekandelaren.

Het ?Pauselijk? Kruis

Uit de tachtiger jaren dateert de moderne kruisstaf ge?nspireerd door de stijl van de hedendaagse Romeinse kunstenaar Manz?. Paus Paulus VI en Paus Johannes Paulus II gebruiken vaak een Kruisstaf in deze stijl die daarom vaak als ?pauselijk?wordt betiteld.

De Neogotische Kandelaren.

Links en rechts van de sedilia  staan twee neogotische kandelaren waarop negen devotiekaarden gebrand kunnen worden. Dergelijke kandelaren hadden vroeger hun plaats links en rechts van de hoofdaltaren van de kerken. Het symbolisch motief is de Levensboom. Bij het Jozefbeeld staat een kandelaar van hetzelfde type in Neoromaanse stijl afkomstig uit de Sint Franciscuskerk.

De Wierookschaal en de Wierookvaten

Voor het liturgisch centrum of terzijde bij Sint Franciscus staat een brasero uit Bari op een gietijzeren bak met driepoot. Speciaal in Woord en Communievieringen wordt deze gebruikt. De wierook symboliseert het opstijgende gebed. Een brasero wordt in heel het Middellandse zee gebied, gevuld met houtskool, gebruikt als warmtebron. In de sacristie?n worden de wierookkooltjes erin gereed gemaakt. Bij de brasero staan tijdens de vieringen ook de wierookstander met de wierookvaten.
Wierook symboliseert het gebed en benadrukt het Heilige. In de liturgie worden als dagers van het heilige met wierook begroet: De Eucharistische Gaven, het Altaar, het Evangelieboek, de Paasjubelzang, de Aankondiging van Christus Geboorte, het Kruis, de Paaskaars, beelden en iconen, de priester, het rondomstaande volk en het lichaam van een overleden Christen.

Het Franciscusaltaar

Het Altaar onder het beeld van Sint Franciscus is afkomstig  uit de in 2000 gesloten Sint Janskapel van Burchwert.

Het Calendarium

Op het altaar staat  een houten lezenaar met Franciscaanse symbolen. Op deze lezenaar ligt een Calendarium. Een Calendarium ?kalenderboek? vermeldt bij elke datum de heiligen van de dag . Op de eerste plaats worden de heiligen van de algemene Romeinse kalender vermeld. Daarnaast wordt ook een speciale plaats ingeruimd voor de Nederlandse en Friese heiligen. Om de kalender een oecumenisch karakter te geven hebben ook vele heiligen uit de Griekse en Russische traditie een plaats gekregen. Ook worden namen van protestantse ?heilige? mannen en vrouwen genoemd. Aan het Calendarium wordt gewerkt door de huidige Pastoor.

9. Het Orgel
In 1971 werd het koororgel geplaatst door de orgelmakers L. Verschueren uit Heythuysen in het liturgisch centrum van de Sint Franciscuskerk. Het oorspronkelijk achttiende-eeuwse orgel is na veel omzwervingen in onze kerk terechtgekomen. Het laatst stond het in de Gereformeerde Kerk van  Oldenzaal.Het orgel heeft de volgende dispositie:




Manuaal C - f3
Prestant 8'                                               1972, C - F eikenhout


Gamba                                                     8' oud, gaat vanaf kleine c


Holpijp 8'                                                  oud, C - F eikenhout


Octaaf 4'                                            oud


Gedektfluit                                       4' oud, vanaf c1 open


Nasard 3"                                                  bas oud, gedekt, discant open cylindrisch, 1972


Octaaf 2'                                           oud


Cornet 3 sterk dic.                    1972, vanaf cis sprekend


Mixtuur 3-4 sterk                              oud


Pedaal C - dl:


Subbas 16'                                        1972, grenenhout


pedaalkoppel

De mixtuur heeft de volgende samenstelling:


C                         c                         c1                                     c2


1                          2                         2 2/3                                     4


2/3                       1 1/3                   2                                           2 2/3


?                        1                         1 1/3                                 2


1                                                     1 1/3


Samenstelling cornet: cis1= 2 2/3, 2, 1 3/5

10. De Koortribune

Tussen het Liturgisch centrum en de absis heeft de koortribune een provisorische plaats gekregen. In de zeventiger jaren kreeg het koor in de meeste Rooms Katholieke kerken de ruimte tussen het oude altaar en het nieuwe liturgische centrum toebedeeld. Van onzichtbaar op de koorzolder kregen de koren ook visueel een  zeer centrale plaats in de liturgie.

11. De Lichtkroon

De ijzeren lichtkroon die in de ruimte gehangen is, werd in 1997 vervaardigd door Raymond van der Beek. De kroon kan als adventskrans vier kaarsen dragen en als ?Hemels Jerusalem? met twaalf kaarsen de neerdalende Hemelstad verbeelden. De lichtkroon wordt ook gebruikt als basis voor verschillende expressievormen van papier of natuurlijk materiaal in de loop van het kerkelijk jaar

12. De Iconen

a.      De Icoon van de Graflegging

Boven de credens hangt de reproductie van een icoon van de graflegging van Christus in de Stijl van Novgorod. De iconen van Novgorod,  met hun gestileerde vormen en aardekleuren, passen heel goed in onze kerk. De credens is de plaats waar de gaven van brood en wijn voor de Eucharistie gereed gemaakt worden. De Eucharistie stelt de Verrijzenis present, de Graflegging de voorbereiding op dat mysterie.

b.      De Icoon van Kerstmis

Boven het Maria - altaar de reproductie van de Novgorod - icoon van de Geboorte des Heren. Maria en het Kindje zijn afgebeeld in een donkere grot. Christus is deel geworden van de aarde. Door de Menswording van het Woord is heel de Aarde geheiligd. In het Tabernakel van het Maria- altaar worden de lectionaria, die het Woord van God bevatten, bewaard.

c.      De Icoon van Joannes Chrysostomos

In de absis, rechts van het Hoofdaltaar, hangt een originele handgeschilderde icoon van de Heilige Johannes Chrysostomos. Johannes Chrysostomos is een van de Oosterse kerkvaders. Hij werd  in 354 in Antiochi? geboren.. In 398 werd Johannes gekozen tot Patriarch van Constantinopel. Hij preekte zo indrukwekkend dat hem de erenaam Chrysostomos: ?Gouden mond? werd gegeven. De meest gevierde liturgie van de Byzantijnse kerken wordt aan hem toegeschreven. Johannes verzette zich als patriarch tegen de pronkzucht van het Byzantijnse hof en raakte in strijd met Keizerin Eudokia. Op 14 september 407 stierf hij in ballingschap in de Kaukasus. De terugkeer van zijn lichaam in Constantinopel op 27 januari 438 werd als een triomfale intocht gevierd. Paus Pius X verhief hem in 1908 tot patroon der predikanten.

d.      De Icoon van Titus Brandsma

Voor het koororgel staat een originele icoon van Pater Titus Brandsma, in 1996 geschilderd door Jantsje Witteveen -van der Zee. Pater Titus is erop afgebeeld als jonge Karmeliet. In zijn rechterhand draagt hij het Kruis, symbool van het martelaarschap en een tak bloeiend basilicumkruid. In Dachau werkte Pater Titus in de kruidhof, temidden van de basilicumplanten.

In het verhaal van de vinding van het Heilig Kruis in Jerusalem door Keizerin Helena staat dat het hout van het Heilig Kruis teruggevonden werd in een basilicumveld. Daarom wordt op Kruisverheffing, 14 september, het Kruis in de Byzantijnse kerken met Basilicumkruid, ?koningskruid? versierd. Ook Pater Titus ?vond? zijn kruis in een basilicumveld.

HOOFDSTUK 8 De Absis

Hoofd en Kroon

De boog tussen de Absis en de Kruisbeuk wordt de triomfboog genoemd. De triomfboog is een strakke parabool. In de ronding zijn de witte stenen binnen en de zwarte stenen buiten  gemetseld.
Het licht verdringt het licht de duisternis. Christus, ?het Licht der Wereld? triomfeert over duisternis en dood. De Eucharistie is de morgenstond van het Rijk van God.
De absis van de Sint Franciscuskerk is zeshoekig. Zeven witte pijlers, overgaande in platte ribben, vormen de basisstructuur. Boven in de absis komen ze samen in een achtspakige gewelfsluiting.
Een dergelijk gewelf wordt in de Duitse literatuur een ?paraplugewelf? genoemd. Tussen de  pijlers muurwerk met veelkleurig geglazuurde stenen en zesmaal drie vensters met glas in "avondkleuren".
De absis is de kroon van het kerkgebouw. Vanouds het centrum van het samen zijn. Alle aandacht werd gericht op het hoogaltaar met het tabernakel en het hoog oprijzend forse triomfkruis. Geheel in de stijl van de dertiger jaren. Het oude bankenplan was op het priesterkoor in de absis gericht.
De zeven ribben, overgaande in pijlers van witte kleur symboliseren opnieuw de zeven zuilen van het huis van de wijsheid of de zeven gaven van de Heilige Geest die bij het Heilig Vormsel over de gelovige worden afgebeden. De veelkleurige stenen herinneren aan de veelkleurige muren van het Hemels Jerusalem.
De absis wordt ook de Concha genoemd: ?de Schelp?. De zeven pijlers kunnen  als de ribben van een schelp gezien worden. Het geheiligde Brood is dan de kostbare parel, het Koninkrijk van God.
In de vijftiger jaren werden allerwegen in de kerken gordijnen aangebracht. Zo ook in de Franciscuskerk. De gordijnen, in de verschillende liturgische kleuren, hangen vanaf de Advent tot Pinkster.

De Inrichting van de Absis

De Intredebel

Bij de deur van de Sacristie naar de absis hangt een intredebel in een koperen neogotisch huisje. Opvallend zijn de bloemknoppen onder en boven de klok.

Het Faldistorium

Rechts van het hoogaltaar staat een dagobertstoel als faldistorium. In de oudchristelijke basilica  kerk was de absis de plaats van de presidenti?le zetel. De bisschop zat er met links en rechts de priesters en de diakens. In de Middeleeuwen verschoof het altaar uit het hart van de kerk naar de absis. De absis werd de troon van de Eucharistische, Verrezen Christus.

Tijdens sommige vieringen staat de bisschopsstoel in het liturgisch centrum. Als de Bisschop aanwezig is voor het toedienen van het Heilig Vormsel staat de Stoel voor het celebratiealtaar.

Het Hoogaltaar

Het hoogaltaar werd geplaatst in december 1946. Het was een geschenk van de parochie aan   Pastoor Staal. De stijl van het altaar en de versiering is vooroorlogs met art-d?co en Jugendstilelementen.

De Mensa

De mensa is van travertijn (zoetwater - kalksteen) en in zware art-d?co vormen. De mensa in deze vorm, gaat terug op antieke badkuipen die in later eeuwen in Rome maar ook elders werden  hergebruikt als sarcofaag. De Christenen gebruikten deze kostbare tombes weer als onderbouw voor de altaren. In de ?kuip? werden dan relieken geplaatst.
De kuip is versierd met gebeeldhouwde druiventrossen, verwijzend naar de wijn en naar de wijnstok, een van de symbolen van Christus. Onder de tombe zijn binnen een organisch gemodelleerd raamwerk het Chrismon: CR en de Alfa ?A? en de Omega ?W? ? de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet- geplaatst.  Christus als bron van leven in tijd en eeuwigheid.

Het Tabernakel

Midden op het hoogaltaar bevindt zich het tabernakel. In het Tabernakel  ? de tent? wordt het na de Communie overgebleven Heilig Brood bewaard. Dit Brood wordt in de Rooms ? Katholieke  traditie ?Het Allerheiligste? of het ?Ons Heer? genoemd. In het Brood wordt op mystieke wijze de Aanwezigheid van de Eucharistische Christus ervaren. Het Hoogaltaar en het Tabernakel worden daarom met grote eerbied omgeven. Op de rechterdeur van het tabernakel zijn de vijf broden en de twee vissen, die de Heilige Eucharistie voorafbeelden, aangebracht. Het geheel overstraald door een zespuntige ster. Links de pelikaan die zijn jongen voedt met zijn eigen bloed, symbool van Christus die zijn leven geeft. Het tabernakel wordt bekroond met een eenvoudige expositietroon. Hierop werd tijdens het Lof de monstrans met het Allerheiligste geplaatst.

c. Kandelaren en Godslamp

De kandelaren op het altaar hebben, aan de Jugendstil herinnerende, organische lotusvormen. Ze zijn in 1946 aangeschaft. De Godslamp is in dezelfde stijl al de kandelaren  ook hier is de symboliek van de lotusbloem gebruikt.

De lotusbloem ontspruit in de modder op de bodem van een rivier of meer. Vanuit de donkere diepte zoekt de bloem haar weg naar het licht.  Boven het water opent de bloemknop zich voor het zonlicht. De lotus is een beeld van de god zoekende ziel. Hier is de geheiligde ziel tot drager van het goddelijk Licht geworden.

De Godslamp en de zes kandelaren verwijzen naar de zeven lichten, die naar de woorden van de Openbaring, branden voor de hemelse troon.

Crucifix boven het Tabernakelaltaar

Boven het Hoofdaltaar of Tabernakelaltaar is een crucifix geplaatst in de geometrische stijl van Toorop en Berlage. Het houten beeld is overdekt met een dunne gipslaag en is beschilderd met goud- bronskleurige verf.
Het zeer bijzondere beeld toont de verrijzende en triomferende ?omhoog geheven? Christus.

Het beeld vormt de symbolische climax van het kerkgebouw.