altNaar aanleiding van zijn benoeming sprak Laetitia van der Lans met de a.s. vicaris, pastoor Arjen Bultsma. Middels onderstaand interview kunt u nader kennismaken met hem.

Verrast

“Natuurlijk was ik verrast toen de bisschop me vroeg zijn vicaris te worden Het was een open vraag, ik kon er een paar dagen over nadenken. En dat heb ik ook gedaan. Ik had eigenlijk gewenst nog wat in jaren te kunnen klimmen in het pastoraat maar er spreekt ook vertrouwen uit als de bisschop je zo’n vraag voorlegt. Na rijp beraad heb ik dan ook ja gezegd op deze vraag. Dat is ook het mooie aan de gehoorzaamheid die je als priester hebt beloofd; dat de bisschop iets in je ziet en je de mogelijkheid geeft om verder te groeien.

Jong

Ik ben wel jong, ja, met mijn 35 jaar. Ik kan me best voorstellen dat dat voor andere oudere collega’s raar is en ik zelf moet ook aan het idee wennen dat ik straks welzijnsgesprekken met mijn collega’s zal voeren. Maar ik zie het pastoraat in het bisdom als een teamsport die je met elkaar op je neemt. Ik vertrouw erop dat we dat met elkaar op een goede manier kunnen doen.

Sterke geloofsgemeenschap

Het zijn cruciale jaren voor de kerk. Waar we over 20 jaar staan weten we niet. Wat we de komende 10 jaar doen kan voor lange tijd bepalend zijn. Dat idee kan voor mensen beangstigend zijn maar ik vind het fantastisch dat we daar allemaal bij zijn en deel uitmaken van die geschiedenis. Ik hoop dat we een sterke geloofsgemeenschap blijven. Dat we het christelijk geloof op de manier van de katholieke kerk goed kunnen beleven en uitdragen.

Kansen voor de kerk

Mijn visioen voor de kerk is dat we de lessen van het tweede Vaticaans concilie serieus tot ons blijven nemen en dan vooral de notie dat de kerk opgebouwd wordt door alle gelovigen op grond van hun doopsel. Dat noem je het gemeenschappelijk priesterschap. Eigenlijk beleeft men in Nederland de kerk nog vaak voorconciliair, dikwijls wordt er vooral gekeken naar de pastoor. Wat wil hij, wat doet hij en wat zegt hij; om het er dan mee eens of oneens te zijn. Maar volgens het Vaticaans denken moet het kerkelijk leven niet gemodelleerd worden naar de pastorale beroepskrachten maar naar alle gedoopten, die samen het evangelie ontvangen. Wie zijn zij, hoe en waar leven zij en wat zijn hun talenten. En vervolgens: wat is nu nodig om daarmee de kerk te blijven opbouwen en het evangelie uit te dragen. Deze manier van benaderen brengt de mensen in de kerk, leken en ambtsdragers, op een noodzakelijk communicatieve, maar dan elkaar versterkende manier samen. Dat vind ik een razend interessante gedachte en volgens mij is dit de ontwikkeling waar het in de kerk de komende jaren om moet gaan. Er wordt gezegd dat het wel 60 jaar, of drie generaties kost om de uitspraken van een concilie volledig te laten doorwerken. Over 10 jaar zijn die 60 jaar voorbij. Daarom denk ik dat er in de komende 10 jaar veel kansen zijn voor de kerk.

Docent aan de Tiltenberg

Naast mijn werk in het pastoraat geef ik ook les op het Grootseminarie De Tiltenberg. Het komende studiejaar verzorg ik een college over de plaats van de leek in de kerk. Juist omdat ik het belangrijk vind om met de priesters in opleiding over dit gemeenschappelijk priesterschap van alle gedoopten na te denken.

Pensioenfonds

Daarnaast ben ik bestuurslid van het Pensioenfonds van de Nederlandse bisdommen. Dat voorziet in de pensioenen van de priesters, pastoraal werkenden en huishoudsters in de Nederlandse bisdommen. Gelukkig staat ons pensioenfonds er goed voor!

Projectleider Romereis

Een hele leuke en intensieve nevenklus voor mij is de Romereis die het bisdom in de herfstvakantie organiseert. Daarvan ben ik projectleider. Er zijn veel mensen bezig met de voorbereidingen en organisatie van deze reis. Dat doen ze belangeloos en met veel enthousiasme en je ziet dat dat aanstekelijk werkt. Het loopt lekker op veel fronten en alle tekenen wijzen er op dat het een mooie onvergetelijke reis gaat worden. Je merkt hoe belangrijk het is dat de pastorale beroepskrachten de reis in hun parochies ondersteunen. Daar gaat een enorme stimulans van uit naar de parochianen. Het is natuurlijk een geweldige kans om met je parochie zo’n reis mee te maken. Het is heel anders om elkaar te leren kennen als reisgenoot dan als medeparochiaan in een werkgroep of zondags in de kerk. Met elkaar op pad leer je elkaar als geloofsgemeenschap van een andere kant kennen, dat werkt opbouwend. Je ziet bij vorige reizen dat een gezamenlijke parochiereis een waardevolle ervaring is die heel lang nawerkt in de gemeenschap. Daarom is het voor mij echt een hele mooie klus om dit voor het bisdom te kunnen doen.

Pastoor en vicaris

Er is van te voren overleg geweest met de parochiebesturen en mijn collega’s van de parochies van Bolsward, Wittmarsum, Workum en Makkum over mijn benoeming tot vicaris. Het vraagt immers wel wat aanpassingen van alle partijen. Afgesproken is dat we het een jaar aankijken hoe het loopt om dan te bespreken of deze combinatie werkt of dat de zaken anders geregeld moeten worden. Dat vind ik een goed uitgangspunt en daarom neem ik ook met vertrouwen deze nieuwe uitdaging aan.”

[bron: www.bisdomgroningenleeuwarden.nl]